Inhoud van dit artikel

De meeste mensen die bij ons binnenkomen zeggen hetzelfde: ik weet er niks van. Dat is niet erg, en het is meestal ook niet waar. Je weet precies of je iets lekker vindt zodra je het proeft. Het enige wat ontbreekt is een manier om dat gevoel te gebruiken bij het kiezen. Daarvoor hebben we één vaste gewoonte: we schenken altijd twee richtingen naast elkaar.

Waarom twee en geen vijf

Met één glas kun je alleen zeggen of je het lekker vindt. Met twee glazen kun je vergelijken, en vergelijken is wat je tong het best kan. Je proeft ineens dat de ene wijn frisser is en de andere ronder, zonder dat iemand je die woorden hoeft te geven. Met vijf glazen raak je het overzicht kwijt en ga je terug naar je eerste indruk. Twee is genoeg om te kiezen, en weinig genoeg om scherp te blijven.

Richting één en richting twee

De twee richtingen staan bijna altijd tegenover elkaar. Bij een gerecht met vet en zout zetten we iets fris en strak naast iets rond en zacht. Bij een stoofpot zetten we iets licht en fruitig naast iets stevig en droog. Je proeft eerst de ene, dan een hap van wat je kookt, dan de andere. Daarna weet je welke kant je op wilt. Vaak blijkt dat de richting waar je van tevoren aan dacht, het aflegt tegen de andere. Dat is geen fout, dat is precies waar het proeven voor is.

Waar je op let

Let vooral op wat er gebeurt na het doorslikken. Blijft de wijn fris, of wordt hij zuur? Wordt het eten lekkerder, of verdwijnt de wijn erachter? Een goede koppeling voelt alsof het gerecht en de wijn elkaar een beetje helpen. Een slechte koppeling merk je aan je mond: die wordt droog, of wrang, of je krijgt een vreemde metalen smaak. Je hoeft daar geen woorden voor te zoeken. Wijzen naar het glas dat beter smaakt is genoeg.

Temperatuur doet de helft

Een wijn die te warm staat, smaakt slapper en alcoholischer dan hij is. Een wijn die te koud staat, verbergt zijn smaak. Daarom schenken we in de kelder op de temperatuur waarop je de fles thuis ook zou drinken, en schrijven we die temperatuur op het etiket mee. Witte wijn haal je meestal een kwartier voor het eten uit de koelkast. Lichte rode wijn mag er juist een half uur in. Die twee zinnen op een etiket schelen meer dan de duurste fles.

Thuis verder proeven

Je kunt deze manier van kiezen gewoon thuis gebruiken. Koop twee flessen in plaats van één, open ze allebei en schenk van elk een klein glas bij het eten. Wat overblijft is de dag erna nog prima. Na een paar keer merk je dat je steeds sneller weet welke richting je wilt, en dat je bij ons in de winkel de twee flessen al kunt noemen voordat wij ze gepakt hebben.

Wil je dit in de kelder doen met je eigen gerecht in gedachten, plan dan een proefmoment. Het duurt een half uur, het is gratis en je gaat naar huis met één fles en één serveertip.