Inhoud van dit artikel

Op een open avond zie je het vaak gebeuren. Iemand komt binnen voor kickboksen, kijkt tien minuten naar de judoles op de andere helft van de mat en vraagt daarna of hij die ook mag proberen. Dat mag. Toch helpt het als je vooraf iets weet over de verschillen, zodat je eerste proefles al redelijk goed zit. Hieronder lopen we de vragen langs die onze trainers ook stellen als je voor het eerst binnenstapt.

Begin bij wat je zoekt

Mensen komen om verschillende redenen naar een dojo. Sommigen willen conditie en een reden om twee keer per week de deur uit te gaan. Anderen willen zich veiliger voelen op straat of in de tram. Weer anderen willen ooit een wedstrijd vechten, of juist helemaal niet. En er is een groep die vooral rust zoekt: een uur waarin je hoofd stil is omdat je lijf het druk heeft.

Je antwoord stuurt de keuze. Voor conditie is kickboksen de snelste route; na een uur pads slaan weet je dat je geleefd hebt. Voor veiligheid zijn weerbaarheid en jiujitsu de logische start, omdat ze beginnen bij afstand houden en loskomen. Voor rust in je hoofd noemen veel mensen jiujitsu en judo, omdat je daar met een partner een puzzel oplost en geen ruimte overhoudt om te piekeren.

Hoeveel contact wil je?

Dit is de vraag die mensen het vaakst niet durven te stellen. Stel hem toch. Bij weerbaarheid is er nauwelijks contact: je traint met een stootkussen en met je stem. Bij judo en jiujitsu is er veel contact, maar het is grijpen en draaien, geen slaan. Bij kickboksen leer je slaan en trappen op pads en zakken. Sparren met een partner komt pas later, altijd licht, en altijd omdat je er zelf voor kiest. Wie nooit wil sparren, kan jaren kickboksen zonder één klap te krijgen.

Staand of op de grond

Een tweede verschil zit in waar de les zich afspeelt. Kickboksen en karate zijn staand: je werkt met je voeten, je heupen en je handen, en je leert afstand aanvoelen. Judo begint staand en eindigt op de grond, met worpen en houdgrepen. Jiujitsu speelt zich grotendeels op de grond af; de eerste weken draaien om positie, ontsnappen en rustig blijven als iemand bovenop je ligt. Dat laatste klinkt onaangenaam en voelt na een paar lessen juist geruststellend, omdat je merkt dat je er altijd uit kunt.

Wat je lijf nu kan

Je hoeft nergens fit voor te zijn. Wel is het eerlijk om te kijken wat je lichaam prettig vindt. Heb je last van je knieën, dan is de grond van jiujitsu vriendelijker dan de sprongen van kickboksen. Heb je een schouder die snel klaagt, dan zeg je dat tegen de trainer bij judo, zodat je de eerste weken anders valt. Twijfel je, dan is weerbaarheid de zachtste instap: je leert de basis van houding en afstand zonder dat iemand aan je trekt.

Voor kinderen

Voor kinderen van zes tot twaalf werkt karate goed als eerste vechtsport. De les heeft vaste vormen en een duidelijke volgorde, en dat geeft houvast. Kinderen leren groeten, wachten op hun beurt en hun kracht doseren. Voor kinderen die snel overvraagd raken, of die juist nooit stop zeggen, is de ouder-kindles weerbaarheid op zaterdag een goede start. Meer daarover lees je in het artikel over weerbaarheid voor kinderen.

Probeer er twee

De beste manier om te kiezen is nog altijd proberen. Plan een proefles in de les die het dichtst bij je antwoorden ligt, en plan er in dezelfde week een tweede in een les die je stiekem ook leuk lijkt. Na twee avonden op de mat weet je meer dan na twee uur lezen. Op de mat op onze site vul je de drie vragen in en zie je meteen welke les wij zouden aanraden, met de dag en de tijd erbij.