Inhoud van dit artikel
Een taart bestel je meestal voor één moment: een verjaardag, een geboorte, een afscheid op het werk. De vraag die daarbij altijd terugkomt, is hoe groot hij moet zijn. Te klein voelt krap, te groot betekent dagen restjes in de koelkast. Met een paar vuistregels kom je een heel eind, en je bestelling wordt er ook nog eens makkelijker van.
Begin bij het moment, pas daarna bij het aantal gasten
Een taart als dessert na een diner wordt anders gegeten dan een taart bij de koffie. Na een maaltijd nemen mensen een kleiner stuk, en een deel slaat over. Op een middag met koffie en verder weinig te eten, neemt bijna iedereen een stuk, en soms een tweede. Kijk dus eerst wanneer de taart op tafel komt en wat er verder staat.
Daarna tel je de gasten. Reken jonge kinderen als een halve portie. Tel volwassenen die vooral voor de borrel komen gewoon mee: de taart is vaak het enige zoete op tafel, en wie later binnenloopt, wil er ook nog wat van.
Wat is eigenlijk een portie?
Bakkers rekenen verschillend, en dat maakt vergelijken lastig. Bij een feestportie snijd je een punt van ongeveer vier tot vijf centimeter breed aan de buitenrand. Na het eten mag het smaller. Bij een bruiloft wordt de taart vaak in rechthoekige staafjes gesneden, en dan haal je meer stukken uit dezelfde laag.
Als richtlijn voor een ronde taart van ongeveer tien centimeter hoog:
- 15 centimeter doorsnede: zes tot acht stukken
- 18 centimeter: acht tot twaalf stukken
- 20 centimeter: twaalf tot zestien stukken
- 25 centimeter: twintig tot vierentwintig stukken
Een hogere taart met vier lagen in plaats van drie geeft elk stuk meer inhoud. Dan kun je iets smaller snijden zonder dat iemand tekortkomt.
Twijfel je tussen twee maten? Kies de grotere als de taart het enige gebak van de middag is, en de kleinere als er ook een buffet of ander lekkers staat.
Wanneer kies je een stapeltaart?
Vanaf ongeveer twintig personen wordt één ronde taart breed en zwaar. Een stapeltaart van twee of drie lagen geeft meer stukken op dezelfde plek op tafel en ziet er feestelijker uit. Stapelen vraagt wel extra werk: elke laag krijgt een eigen bord en steuntjes, zodat de bovenste laag de onderste niet indrukt. Daardoor is een stapeltaart per persoon iets duurder dan een platte taart.
Een alternatief is een kleinere taart om aan te snijden, met een plaatcake die je in de keuken in blokjes verdeelt. Bij grote groepen op het werk is dat vaak handiger. Iedereen krijgt hetzelfde stuk en er gaat minder mis bij het snijden.
Cupcakes en mini's: makkelijk rekenen
Bij cupcakes en mini-taartjes is rekenen eenvoudig: één per persoon, met een paar extra voor de liefhebbers. Ze zijn handig bij een staande borrel, omdat niemand hoeft te snijden of bordjes rond hoeft te brengen. Combineer je ze met een taart, reken dan voor de helft van de gasten taart en voor de rest cupcakes.
Zo haal je meer en mooiere stukken uit je taart
Hoe je snijdt, bepaalt hoeveel stukken je eruit haalt. Een paar tips uit het atelier:
- Haal de taart een half uur voor het snijden uit de koelkast. Botercrème is dan zacht genoeg om strak te snijden.
- Gebruik een lang, scherp mes en dompel het tussen elke snee in heet water. Veeg het droog voor je opnieuw snijdt.
- Snijd bij een grote ronde taart eerst een cirkel van een centimeter of vijf uit het midden. Verdeel daarna de buitenring in punten en snijd als laatste het midden.
- Leg de punten op hun kant op het bord. Dan zie je de lagen en blijven ze heel.
Bestel met een kleine marge
Gasten zeggen op het laatst af of nemen iemand mee. Reken daarom met een marge van twee of drie stukken. Een stuk taart dat overblijft, eet je de volgende dag nog op, terwijl een gast zonder stuk een stuk vervelender is. Geef bij het bestellen het aantal personen op en vertel wanneer de taart op tafel komt. Dan kan de taartmaker met je meedenken over de maat en over de vraag of een extra laag zin heeft.



