Inhoud van dit artikel

In de supermarkt liggen aardbeien in december en appels in juni. Op een boerderij gaat het anders. Daar bepaalt het jaar wat er in de kast ligt, en dat is meteen het leuke: elke maand komt er iets nieuws bij en verdwijnt er iets. Hoe beter je weet wat er wanneer is, hoe vaker je groente en fruit eet op het moment dat het het lekkerst is.

Winter: bewaren en kool

Van december tot en met februari groeit er weinig op het land. Toch is de kast niet leeg. Appels en peren die in de herfst geplukt zijn, blijven in een koele schuur of koelcel maanden goed. Hetzelfde geldt voor aardappelen, uien en pompoenen. Op het veld staan boerenkool, prei en spruitjes, die tegen een stootje kunnen. Boerenkool smaakt volgens veel mensen zelfs zoeter na een paar koude nachten.

In de kas begint het nieuwe jaar al vroeg. In februari gaan de eerste zaadjes in bakjes onder glas, zodat er in het voorjaar plantjes klaarstaan voor buiten.

Voorjaar: bloesem en het eerste groen

Maart en april zijn stille maanden voor wie wil eten. Het land wordt klaargemaakt, de bedden krijgen compost en de fruitbomen gaan in bloei. Eerst de kersen, daarna de peren en de appels. In die weken houdt elke fruitteler het weer in de gaten, want één nacht met vorst tijdens de bloei kan een groot deel van de oogst kosten.

Vanaf eind april komt er weer iets in de kast. Rabarber is vaak het eerste. Daarna volgen spinazie, sla en radijs. In mei groeit alles snel, en aan het eind van de maand liggen er soms al aardbeien uit een tunnel, die onder plastic een paar weken voorsprong hebben.

Zomer: de drukste maanden

Juni is de maand van de aardbeien van de koude grond. Eind juni beginnen de kersen, en in juli komen daar rode bessen, frambozen en de eerste bloemen voor de pluktuin bij. Ook in de moestuin gaat het hard: tuinbonen, sperziebonen, courgettes en later in de zomer tomaten. In augustus volgen pruimen en tegen het eind van de maand de eerste peren.

Zomerfruit is kwetsbaar. Kersen en frambozen blijven maar een paar dagen goed, dus een boer plukt ze het liefst vlak voor de verkoop. Daarom ligt er in de zomer elke ochtend iets anders in de kast.

Herfst: appels, peren en pompoen

September en oktober zijn de maanden van de boomgaard. Vroege appelrassen hangen er al in augustus, de meeste rassen worden in september en oktober geplukt. Peren als Conference zijn in september aan de beurt. Wat niet meteen verkocht wordt, gaat koel de opslag in voor de winter.

Op het land worden de pompoenen geoogst. Ze liggen daarna een paar weken droog en warm, zodat de schil hard wordt en ze lang goed blijven. Vanaf eind oktober is het weer tijd voor boerenkool, en zo begint het rondje opnieuw.

Waarom het elk jaar een beetje schuift

Een seizoenskalender is altijd bij benadering. Een warm voorjaar maakt alles een week of twee vroeger, een koude en natte maand kan een oogst laat laten beginnen of kleiner maken. Na een droge zomer zijn appels soms kleiner en zoeter. Dat hoort bij eten van het land. Het is ook de reden dat een boerderij liever per week laat weten wat er is dan een vaste lijst ophangt.

Zo gebruik je de oogstkalender

In de oogstkalender van Hof Zevenbunder draai je naar een maand en zie je wat er te plukken is en wat er in de kast ligt. Wil je iets bestellen, dan zet je het in de webshop in je mand en haal je het op bij de kast. Liever elke week een verrassing? Kijk dan naar het groentepakket en hoe je daar een week mee kookt.