Inhoud van dit artikel
Een half uur les per week is genoeg om vooruit te komen, maar kinderen die daarbuiten ook in het water komen, gaan sneller en met meer plezier. Dat hoeft geen extra les te zijn. Een bad thuis, de douche en een uurtje in het recreatiebad zijn genoeg. In dit artikel vind je oefeningen per fase van de lesroute, zonder dat je er iets voor hoeft te kopen.
Voor en tijdens Groep Kikkers
Begin in bad. Laat je kind zelf met een beker water over zijn hoofd gieten; zelf doen is minder eng dan het ondergaan. Oefen bellen blazen met de mond in het water, daarna met de neus, daarna met het hele gezicht. Maak er een spel van: wie blaast de grootste bel? Onder de douche kun je oefenen met de ogen open onder de straal. In het recreatiebad: laat je kind op zijn rug op jouw armen liggen, met zijn oren in het water, en tel samen tot vijf. Trek je armen langzaam iets terug. Elke keer dat je kind merkt dat het water hem draagt, wint het vertrouwen.
Tijdens Diploma A
Nu gaat het om de slagen en om drijven zonder hulp. In het recreatiebad kun je de beenslag van de schoolslag oefenen terwijl je kind zich aan de rand vasthoudt: hakken naar de billen, voeten naar buiten, benen sluiten. Zeg de woorden hardop in hetzelfde ritme als de lesgever, dan klinkt het vertrouwd. Oefen ook het springen van de kant en zelf terug naar de rand zwemmen, in water waar je kind kan staan. Thuis in bad kun je het onder water door een gat oefenen met een hoepel of een handdoek die je over het water spant.
Tijdens Diploma B
Watertrappelen oefen je in het diepe deel van het recreatiebad, terwijl jij ernaast staat. Begin met tien tellen en bouw op. De kledingles kun je thuis voorbereiden: laat je kind een keer met een nat shirt door de badkamer lopen, zodat het gevoel van zware, natte kleren niet nieuw is in het zwembad. Zwem samen een baan en tel hoeveel slagen je kind nodig heeft. Minder slagen voor dezelfde afstand betekent een betere slag.
Tijdens Diploma C
Hier helpt elk uur in het water. Laat je kind in het recreatiebad ringen of een muntje van de bodem halen, eerst in ondiep water, dan dieper. Oefen onder water zwemmen in een richting: jij staat ergens, je kind zwemt onder water naar je toe. En oefen uit het water klimmen zonder trap, aan de rand van het bad. Dat vraagt kracht en techniek, en het is precies wat bij C gevraagd wordt.
Wat je beter niet doet
Dwing nooit. Een kind dat niet wil, leert niets. Gooi een kind nooit in het water als grap; dat kost weken vertrouwen. En oefen geen nieuwe dingen die de lesgever nog niet heeft aangeleerd. Een verkeerd aangeleerde beenslag is lastiger af te leren dan een nieuwe aan te leren. Vraag na de les wat je thuis kunt oefenen, dan sluit het aan.
Bijhouden
Op de website staat de lesroute in twaalf stappen met een lijst die je zelf afvinkt. Die lijst staat alleen op jouw apparaat. Het is een handig geheugensteuntje voor wat je kind al kan en wat je thuis kunt oefenen. Lees ook wat je kind leert voor A, B en C.



