Inhoud van dit artikel
Diploma A, B en C vormen samen het Nederlandse zwem-ABC. Het idee erachter is eenvoudig: na A kan een kind zichzelf redden in een zwembad, na B ook met kleren aan en in iets lastiger omstandigheden, en na C is het klaar voor open water, boten en drukke recreatiebaden. De precieze onderdelen verschillen per zwemschool. In dit artikel lees je hoe wij de route indelen en wat je kind bij ons per diploma leert. Wat je kind bij het afzwemmen precies moet laten zien, hoor je altijd van de lesgever.
Eerst watervrij
Voor het diplomawerk begint, zit je kind in Groep Kikkers. Daar leert het zijn gezicht in het water te doen, bellen te blazen, te drijven op buik en rug met een plankje en van de kant te springen en zelf terug naar de rand te komen. Pas als een kind ontspannen in het water ligt, gaan we naar de slagen. Dat scheelt maanden in de groepen daarna.
Diploma A: zwemmen en jezelf redden
In de A-groep leert je kind de schoolslag en de rugslag, eerst over een paar meter en later over de hele lengte van het instructiebad. Daarnaast oefenen we drijven op de rug zonder plankje, een paar tellen stil blijven liggen, en onder water door een gat in een drijvend zeil zwemmen. Dat laatste is spannend en belangrijk tegelijk: een kind dat per ongeluk onder iets terechtkomt, moet weten hoe het eronderuit komt. Ook springen in het diepe en zelf naar de kant zwemmen hoort bij A. Aan het eind kan je kind zonder hulp een stuk zwemmen, zich omdraaien en de kant halen.
Diploma B: langer, met kleren en watertrappelen
Bij B wordt alles langer en iets lastiger. Je kind zwemt meerdere banen achter elkaar in twee slagen, leert watertrappelen om op de plek te blijven, en zwemt met kleren en schoenen aan. Die kledingles is voor veel kinderen de spannendste les van het hele traject. Natte kleren voelen zwaar en vreemd. We doen de les daarom eerst voor en bouwen hem rustig op, eerst alleen een shirt, dan de rest. We oefenen ook de borstcrawl en de rugcrawl als extra slagen, zodat je kind meer manieren heeft om vooruit te komen.
Diploma C: oriëntatie en uithoudingsvermogen
Bij C draait het om oriëntatie onder water en om langer volhouden. Je kind haalt een ring van de bodem, zwemt onder water een stuk in een richting die de lesgever aanwijst, zwemt een langere afstand met kleding en klimt zelf uit het water zonder trap. Dat laatste lijkt een detail, maar in open water of bij een boot is het precies wat telt. Na C beschouwen we een kind als zwemvaardig. Voor wie het leuk vindt, is er daarna zwemvaardigheid, met meer techniek en meer afstand.
Hoe lang het duurt
Hoe lang een kind over elk diploma doet, verschilt enorm. Leeftijd, de start, hoe vaak je kind per week zwemt en hoe vaak het buiten de les in het water komt, bepalen het tempo. Daarom noemen we geen gemiddelden. Wat we wel doen: na elke les vertellen we je wat je kind nu kan en wat de volgende stap is. Op de website staat de hele route in twaalf stappen, met een lijst die je zelf kunt bijhouden.
Verder lezen
Wil je weten hoe je thuis en in het recreatiebad kunt helpen? Lees zo oefen je thuis en in het zwembad. Begint je kind binnenkort, lees dan wat er bij de eerste les gebeurt.



