Inhoud van dit artikel

De eerste dienst op een nieuwe werkplek is spannend, ook als je al jaren werkt. Je kent de weg niet, je weet niet wie wie is en je wilt een goede indruk maken. Het goede nieuws: bijna alles wat die dag soepel laat verlopen, regel je de avond ervoor. Dit is wat wij onze mensen meegeven voor ze de eerste keer de vloer op gaan.

De avond ervoor

Leg alles klaar wat je meeneemt, zodat je 's ochtends niet hoeft te zoeken. Dat is in elk geval je identiteitsbewijs, want zonder geldig paspoort of identiteitskaart mag je op veel plekken niet beginnen. Verder je werkschoenen en hesje als je die van ons hebt gekregen, een lunch en genoeg water, en de naam van de persoon bij wie je je meldt. Die naam staat in het bericht dat je van je contactpersoon hebt gekregen. Zet hem in je telefoon, en schrijf hem ook op een briefje. Een lege batterij is op dag één extra vervelend.

Kijk ook even hoe je er komt. Een magazijn of fabriek ligt vaak op een bedrijventerrein waar de bus 's ochtends vroeg nog niet rijdt. Weet je niet zeker of je op tijd kunt zijn, bel ons dan de avond ervoor. Dan zoeken we het samen uit.

Hoe laat ben je er

Een kwartier voor het begin van je dienst is een goede richtlijn. Je hebt dan tijd om je te melden, een kluisje te krijgen en je werkkleding aan te trekken, zonder dat je al een uur staat te wachten bij een gesloten poort. Begint je dienst om zes uur, dan ben je om kwart voor zes bij de ingang die in je bericht staat. Veel bedrijven hebben meerdere ingangen; de hoofdingang is lang niet altijd de juiste.

Bij wie je je meldt

Op de meeste werkplekken word je opgevangen door een teamleider of een collega die je de eerste uren meeneemt. Die persoon laat je de kantine, de kleedruimte en de nooduitgangen zien en legt uit wat je gaat doen. Luister goed, en durf te vragen als iets niet duidelijk is. Niemand verwacht dat je op dag één alles weet. Wel verwacht iedereen dat je het vraagt als je het niet weet, zeker als het om veiligheid gaat.

Wat je gerust mag vragen

Vraag hoe laat en hoe lang de pauzes zijn, waar je je spullen kunt opbergen en bij wie je terechtkunt als je iets niet snapt. Vraag ook wat je moet doen als je een keer ziek bent of later komt: moet je de werkplek bellen, ons, of allebei. Bij ons is het antwoord: allebei, zo vroeg mogelijk. Dat soort praktische dingen zijn op de eerste dag veel makkelijker te vragen dan in de tweede week.

Veiligheid gaat voor tempo

Nieuwe mensen willen laten zien dat ze snel zijn. Dat is begrijpelijk, maar op een magazijnvloer of aan een productielijn is rustig en goed belangrijker dan snel. Draag je hesje en je schoenen de hele dienst, ook als je ziet dat anderen dat niet doen. Loop niet door een gang waar een heftruck rijdt zonder dat de chauffeur je gezien heeft. Til zoals het je is uitgelegd, en niet zoals het sneller lijkt. Het tempo komt vanzelf.

Na de dienst

Na je eerste dag belt je contactpersoon je, of de dag erna. Vertel eerlijk hoe het ging: wat je leuk vond, wat zwaar was en wat je anders verwacht had. Dat is geen beoordeling. Het is het moment waarop we kunnen bijsturen, bijvoorbeeld met een andere dienst, andere uren of een andere afdeling. Hoe eerder we dat weten, hoe makkelijker het te regelen is. En lukt het allemaal prima, dan horen we dat ook graag.