Inhoud van dit artikel

Steeds meer mensen willen niet in één keer stoppen met werken. De een wil op zijn 63e helemaal stoppen, de ander wil vanaf 60 vier dagen werken en daarna afbouwen. Allebei kan het, alleen heeft elke keuze gevolgen voor je inkomen en voor je pensioen. Met een paar vragen maak je die gevolgen zichtbaar voordat je iets beslist.

Begin bij hoe je wilt leven

Het makkelijkste startpunt is geen getal. Bedenk hoe een gewone week eruitziet als je minder werkt. Wat doe je op je vrije dagen? Wil je reizen, op kleinkinderen passen, vrijwilligerswerk doen of eindelijk die cursus volgen? Hoe je wilt leven, bepaalt wat je nodig hebt. Iemand die vaak op reis gaat, heeft andere uitgaven dan iemand die vooral thuis en in de tuin is.

Drie knoppen: wanneer, hoeveel en hoe geleidelijk

Bij stoppen met werken draai je eigenlijk aan drie knoppen. Wanneer stop je, of wanneer begin je met afbouwen? Hoeveel blijf je werken in de jaren daartussen? En hoe geleidelijk gaat het: in één stap, in twee stappen of elk jaar een beetje? Door die knoppen apart te bekijken, wordt één groot besluit een paar kleinere.

Als je eerder stopt dan je AOW-leeftijd

Je AOW begint op een vaste leeftijd. Stop je eerder met werken, dan zit er een periode tussen je laatste salaris en je eerste AOW. Die periode moet je overbruggen, bijvoorbeeld met spaargeld, met een lijfrente of door je pensioen bij je fonds eerder te laten ingaan. Bij veel fondsen kan dat. Een pensioen dat eerder ingaat, is per maand meestal wel lager, omdat het over meer jaren wordt verdeeld. Soms is er ook een regeling via je werkgever of je cao om eerder te stoppen. Vraag daarnaar voordat je gaat rekenen.

Minder werken in de jaren ervoor

Ga je minder werken, dan daalt je salaris en bouw je in die jaren meestal ook minder pensioen op. Dat effect is vaak kleiner dan mensen denken, maar het telt wel. Sommige werkgevers hebben regelingen waarbij je minder werkt en toch een deel van je opbouw houdt. Ook kun je bij veel fondsen een deel van je pensioen alvast laten ingaan, naast je salaris. Of dat verstandig is, hangt af van je belasting en van wat je partner verdient.

Vergeet je partner niet

Stoppen met werken is zelden een besluit van één persoon. Als jij eerder stopt, verandert het inkomen van jullie huishouden. En ruil je bij je fonds een deel van het partnerpensioen in voor een hoger eigen pensioen, dan krijgt je partner later minder als jij overlijdt. Bespreek de scenario's daarom samen, liefst aan dezelfde tafel. In het artikel over je partner en je pensioen lees je waar je op let.

Zo rekenen we het samen door

In een gesprek leggen we meestal twee of drie scenario's naast elkaar: stoppen op je AOW-leeftijd, een paar jaar eerder stoppen, en geleidelijk afbouwen. Bij elk scenario zie je wat er per maand binnenkomt, in welke jaren het krap wordt en welke keuzes je nog hebt. We noemen daarbij altijd de aannames, zoals hoe we met prijsstijgingen rekenen. Een voorspelling is het nooit. Het is een manier om je eigen keuze beter te begrijpen. Neem je rooster, je overzichten en de datum die je in je hoofd hebt mee, dan kunnen we meteen beginnen.