Inhoud van dit artikel
Verpotten is voor veel mensen een klus die ze voor zich uit schuiven. Je bent bang de wortels te beschadigen, je weet niet welke pot je moet kiezen en de grond uit de supermarkt lijkt allemaal hetzelfde. Toch is het een van de beste dingen die je voor een kamerplant kunt doen, als je het op het juiste moment en in de juiste pot doet. Dit is hoe wij het in de kas aanpakken.
Wanneer is het tijd
Til de plant een keer voorzichtig uit zijn pot. Zie je vooral wortels en weinig grond, of groeien er wortels uit het gat onderin, dan is de pot te klein geworden. Andere signalen: het water loopt meteen door de pot heen zonder dat de grond nat wordt, de plant valt steeds om of droogt binnen een dag weer uit. Zie je nog veel losse grond rond een gezonde kluit, laat hem dan nog een seizoen staan. Een te grote pot is net zo'n probleem als een te kleine, daar komen we zo op.
Het beste moment is het voorjaar, van maart tot mei. De plant begint dan te groeien en herstelt snel van de verhuizing. In de zomer kan het ook, op een niet te warme dag. In de herfst en winter laat je een plant liever met rust, tenzij hij echt in nood is.
Eén maat groter, niet twee
De grootste fout die we zien is een pot die veel te ruim is. Het lijkt vriendelijk om een plant meteen veel ruimte te geven, maar al die grond zonder wortels blijft lang nat. Dat is precies de omgeving waarin wortels gaan rotten. Kies een pot die twee tot vier centimeter breder is dan de oude. Voor een plant uit een pot van twaalf centimeter is veertien of vijftien centimeter genoeg.
Welke pot past bij welke plant
Terracotta ademt. De klei zuigt water op en laat het door de wand verdampen, waardoor de grond sneller droogt. Dat is ideaal voor vetplanten, cactussen, sansevieria en voor iedereen die weleens te veel water geeft. Een geglazuurde pot houdt vocht langer vast en past bij planten die niet van droogte houden: calathea, varens en de meeste planten met dun blad. Een mand met een binnenpot is mooi, maar zet dan altijd een laag kleikorrels onderin de mand, zodat de plant nooit met zijn voeten in het water staat. Wat je ook kiest: een gat onderin de pot is geen luxe. Zonder afvoer gok je elke keer of er water onderin staat.
De grond maakt het verschil
Universele potgrond is prima voor de meeste bladplanten. Voor cactussen en vetplanten meng je er een derde grof zand of grit door, of je koopt kant-en-klare cactusgrond. Orchideeën willen geen grond maar schors, zodat hun wortels lucht krijgen. Een handje perliet door de grond maakt elk mengsel luchtiger en voorkomt dat de kluit in elkaar zakt. Oude grond uit de vorige pot gebruik je niet opnieuw; die is uitgeput en vaak verzuurd.
Stap voor stap
Geef de plant een dag van tevoren water, dan laat de kluit makkelijker los. Leg een laag van twee centimeter grond in de nieuwe pot. Houd de plant bij de basis van de stengels vast, draai de oude pot om en tik op de bodem tot de kluit eruit glijdt. Maak de buitenste wortels met je vingers een beetje los, vooral als ze in een cirkel rond de kluit groeien. Zet de plant in het midden, op dezelfde hoogte als hij eerst stond, en vul rondom aan met grond. Druk licht aan, zonder te stampen. Geef daarna water tot het onderuit loopt en laat de pot even uitlekken.
De eerste twee weken na het verpotten zet je de plant iets uit de volle zon en geef je geen voeding. Een paar hangende bladeren in die periode zijn normaal; de wortels hebben even nodig om hun nieuwe ruimte te vinden. Heb je er geen zin in of durf je niet? Neem je plant mee naar de kas. Op zaterdag verpotten we hem terwijl je koffie drinkt.



