Inhoud van dit artikel
Elke zaterdag komen er planten de kas binnen die het moeilijk hebben. Een enkele keer is er echt iets ernstigs aan de hand. Meestal vertelt de plant zelf al wat er mis is, als je weet hoe je kijkt. Dit zijn de zes klachten die we het vaakst zien, met de vragen die we dan stellen en wat er meestal achter zit.
Gele bladeren onderaan
Worden vooral de onderste, oudste bladeren geel en voelt de grond nat aan, dan is te veel water bijna altijd de oorzaak. De wortels krijgen geen lucht en kunnen geen voeding meer opnemen, en de plant laat zijn oudste bladeren los. Til de plant uit de pot en kijk naar de wortels. Zijn ze bruin en zacht en ruikt de kluit zuur, dan snijd je de rotte delen weg en zet je de plant in verse, luchtige grond. Geef daarna pas water als de bovenste centimeters droog zijn.
Is de grond juist kurkdroog en zijn de gele bladeren krokant, dan is het andersom. Zet de pot een half uur in een laag water, zodat de kluit zich van onderaf volzuigt, en geef daarna weer regelmatig.
Bruine, droge bladpunten
Dit zien we veel bij calathea, varens en palmen in de winter. De oorzaak is droge lucht, vaak door een radiator onder de vensterbank. De plant verdampt sneller dan hij kan aanvoeren en de punten sterven af. Verhuis de plant weg van de verwarming, zet hem bij andere planten in een groep of plaats de pot op een schaal met kleikorrels en water. Knip de bruine punten gerust weg; nieuw blad komt gezond uit.
Krullende randen
Bladeren die zich naar binnen rollen, beschermen zichzelf tegen te veel licht of te veel warmte. Een calathea op een zuidraam doet dat elke middag. Kijk of de plant op het heetst van de dag in de zon staat en schuif hem een meter naar achteren of hang een vitrage. Krullen de bladeren terwijl de plant op een schaduwplek staat, controleer dan de onderkant van het blad op spint, piepkleine mijten die het blad leegzuigen.
Kleverig blad en kleine witte plukjes
Plakkerige bladeren wijzen op luis of wolluis. De plukjes wit, als kleine stukjes watten in de bladoksels, zijn wolluis. Ze zitten verstopt waar blad en stengel samenkomen en onder het blad. Haal ze weg met een wattenstaafje met spiritus of een zachte borstel, herhaal dat een week lang om de dag en zet de plant apart van de andere. Een plant die goed op zijn plek staat, is veel minder vatbaar; wolluis duikt vaak op bij planten die te donker of te droog staan.
Lange slappe stengels
Groeit je plant ineens hard, met veel ruimte tussen kleine bladeren, dan zoekt hij licht. Dit gebeurt vaak in het najaar, als de dagen korter worden terwijl de plant nog op zijn zomerplek staat. Zet hem dichter bij het raam. De lange stukken worden niet meer compact; die kun je in het voorjaar terugknippen, waarna de plant van onderaf opnieuw uitloopt.
Niets groeit, maar niets gaat dood
Een plant die maandenlang hetzelfde blijft, zit vaak klem in zijn pot of staat in uitgeputte grond. Kijk of er wortels uit het gat onderin komen. Verpot in het voorjaar één maat groter en geef vanaf dan tijdens het groeiseizoen om de twee weken een beetje voeding. In de winter is stilstand normaal; dan hoeft er niets.
Neem je plant mee
Kom je er niet uit, breng de plant dan op zaterdagochtend of woensdagmiddag naar de kas. Neem hem mee in zijn eigen pot, zodat we de wortels kunnen bekijken, of maak een foto van de plek waar hij staat en een foto van een blad dat er slecht uitziet. In een kwartier zijn we er meestal uit, en je krijgt een verzorgkaart mee met wat je thuis anders doet.



