Inhoud van dit artikel

Een border die in mei prachtig is en in augustus alleen nog groen, komt veel voor. De meeste tuinen worden in het voorjaar gevuld, als de tuincentra vol staan met bloeiende planten. Wat dan bloeit, is in de zomer uitgebloeid. Wil je zeven maanden lang iets te zien hebben, dan kies je planten op hun bloeimaand, en plant je ze in lagen. Zo pakken wij het aan voor klanten die aan de buitentafel komen.

Begin met de kalender, niet met de kleur

Teken je border op papier en zet er een strook naast met de maanden april tot en met oktober. Elke plant die je kiest, zet je in de maanden waarin hij bloeit. Je ziet dan snel waar de gaten vallen. Meestal zit het gat in augustus en september, als de voorjaarsbloeiers klaar zijn. Juist daar zetten we zonnehoed, siergrassen en herfstasters in, planten die laat beginnen en lang doorgaan.

Een handig uitgangspunt: per maand minstens twee soorten in bloei. Dat lukt al met tien verschillende planten op een border van drie bij een meter.

Drie lagen

Een border oogt vol als hij diepte heeft. Vooraan planten tot kniehoogte: lavendel, vrouwenmantel, geranium en kleine siergrassen. Zij vangen de blik en verbergen de kale stengels van wat erachter staat. In het midden de planten tot heuphoogte: zonnehoed, salie, duizendblad en ijzerhard. Achteraan de lange soorten: hortensia, hoge siergrassen zoals pennisetum, herfstanemonen. Staat je border tegen een schutting of haag, dan werkt deze volgorde vanzelf. Ligt hij vrij in de tuin en kijk je er van twee kanten op, zet de hoge planten dan in het midden.

Herhaal, en plant in groepen

Eén exemplaar van elke soort geeft een onrustig beeld. Plant vaste planten in groepen van drie of vijf en laat dezelfde groep op twee of drie plekken in de border terugkomen. Dat herhalen zorgt voor ritme, en het maakt de border ook makkelijker te onderhouden: je herkent snel wat waar hoort en wat onkruid is.

Siergras is de verbinder. Een paar pollen pennisetum of veldbies tussen de bloeiers houden het beeld rustig, en in oktober en november zijn hun pluimen vaak het mooiste wat er nog staat. Laat ze de winter over staan en knip ze pas in maart terug.

Zon, grond en water

Kijk eerst hoeveel uur zon je border krijgt. Lavendel, salie en zonnehoed willen volle zon en schrale grond; geef ze geen compost, dan worden ze slap en vallen ze uit elkaar. Hortensia en herfstanemoon staan liever in de halfschaduw op grond die vocht vasthoudt. Twijfel je over je grond, knijp dan een handvol natte aarde samen. Blijft het een bal, dan heb je klei en houd je water lang vast. Valt hij uit elkaar, dan is het zand en droogt het snel. Beide zijn prima, zolang je er de planten bij kiest.

Het eerste jaar na het planten geef je in droge weken water, ook aan planten die later droogte verdragen. Daarna redden vaste planten zich op de meeste grond zelf.

Planttijd en onderhoud

Vaste planten zet je het liefst in april en mei of in september en oktober. De grond is dan warm en vochtig genoeg om snel te wortelen. Knip uitgebloeide bloemen van zonnehoed en salie weg, dan komt er vaak een tweede bloei. Laat in het najaar de zaaddozen staan; ze zijn mooi met rijp erop en de vogels eten ervan. In maart knip je alles terug tot een hand boven de grond en begin je opnieuw. Wil je je border met ons doornemen? Neem een schets en een paar foto's mee naar de buitentafel. In een kwartier staat er een plantlijst met maanden erbij.