Inhoud van dit artikel
De ploeg staat om acht uur bij je hek. Wat er dan in het eerste kwartier gebeurt, bepaalt of de opbouw soepel loopt. Met een uurtje voorbereiding in de week ervoor maak je het jezelf en de opbouwers een stuk makkelijker.
Kan alles erin?
Tentpalen, zeilen, een opgerold springkussen en een kar met statafels moeten van de bus naar de plek. Meet de smalste doorgang: de poort, het paadje langs de schuur, de ruimte tussen de auto en de heg. Geef die maat door als je boekt. Is het smal, dan neemt de verhuurder kleinere karren mee of draagt het materiaal in delen naar binnen.
Zorg ook dat de bus dichtbij kan staan. Vraag de buren of ze hun auto die ochtend even ergens anders willen zetten, of houd een stukje straat vrij als dat bij jou kan.
Maak de plek vrij
Maai het gras een dag of twee van tevoren en niet op de ochtend zelf. Dan is het droog en ligt er geen los maaisel. Haal speelgoed, tuinslangen, stenen en losse tegels weg. Kijk of er gaten of molshopen zijn waar een tentpoot of het springkussen in kan zakken.
Weet je waar kabels of leidingen in de grond lopen? Markeer ze met een stokje of een stuk lint. Haringen gaan diep, en een geraakte drainagebuis of sproeileiding ontdek je pas als het te laat is.
Staat er een boom op de plek waar de tent moet komen, kijk dan of de takken hoog genoeg hangen. Een tent die tegen laaghangende takken schuurt, krijgt bij wind snel schade, en vallende eikels of druppende hars wil je liever ook niet op het tentdak.
Stroom en verlengkabels
Een springkussen heeft een blower die de hele tijd draait. Een fotobooth, verlichting en de koeling van een tap willen ook stroom. Zoek uit welk stopcontact je gebruikt en hoe ver dat van de plek ligt. Buiten gebruik je alleen kabels die daarvoor bedoeld zijn, helemaal afgerold, met de verbindingen droog en van de grond.
Zet niet alles op één groep. Komen springkussen, heaters en koffiezetapparaat samen op hetzelfde circuit, dan slaat de stoppenkast er eerder uit dan je lief is. Vraag je verhuurder hoeveel vermogen elk onderdeel vraagt, dan kun je de apparaten over de groepen verdelen.
Licht en water
Valt de schemering tijdens je feest, denk dan naast de verlichting in de tent ook aan het pad naar het toilet en naar de parkeerplek. Een paar lampjes langs de route voorkomen gestruikel. Zorg dat er een kraan of tuinslang bereikbaar is, voor de tap en om handen te wassen.
Je buren
Een tuinfeest hoor je. Laat je buren een week van tevoren weten wanneer de opbouw is, hoe laat het feest begint en tot wanneer de muziek aan staat. Nodig ze uit voor een drankje, dan wordt de avond voor iedereen ontspannener.
Gaat het om een groot feest met een tent op een openbare plek of een grasveld in de wijk, kijk dan bij je gemeente of je een melding of vergunning nodig hebt. Begin daar op tijd mee, want de behandeling kost tijd.
Op de ochtend zelf
- Iemand thuis die weet waar alles moet komen.
- Poort open, auto's weg, honden binnen.
- Een getekend plattegrondje van de tuin met de plek voor tent en kussen.
- Het stopcontact bereikbaar en de buitenkraan open.
Is de opbouw klaar, loop dan samen met de ploeg een rondje. Laat je uitleggen hoe de zijwanden open en dicht gaan, waar de schakelaar van de verlichting zit en wat je doet als de blower stopt.



