Inhoud van dit artikel
Een Nederlandse zomer laat zich niet plannen. De zon van vanmiddag kan om acht uur plaats hebben gemaakt voor een stevige bui. Een feest buiten lukt het best als je vooraf weet wat je doet als het omslaat.
Kijk verder dan de regenkans
Een bui is vervelend. Harde wind is lastiger. Een tent met dichte wanden houdt regen goed tegen, terwijl je bij harde wind wilt dat de verhuurder de tent veilig kan houden of laat sluiten. Een springkussen gaat bij stevige wind sowieso leeg. Bekijk in de dagen vooraf de verwachting voor wind en windstoten, naast de regenkans, en spreek met je verhuurder af tot wanneer je kunt verzetten.
Zijwanden en een tent met speling
Huur de zijwanden mee, ook als het zonnig lijkt te worden. Opgerold zie je ze nauwelijks. Gaat het regenen, dan ben je er blij mee. Kies raamwanden als je het licht binnen wilt houden en dichte wanden aan de windkant. Neem bij twijfel een maat groter: als iedereen tegelijk naar binnen gaat, heb je meer vloer nodig dan je bij zonneschijn denkt.
Een droge vloer
Na een paar natte dagen is een gazon zacht. Stoelpoten en hakken zakken weg, en bij een dansvloer wordt het snel modderig. Een tentvloer of een stevig grondzeil onder het looppad helpt. Leg bij de ingang een mat of loper, dan komt er minder nat gras de tent in.
Warmte voor de avond
Ook na een warme dag kan het 's avonds snel afkoelen. Terrasheaters houden een tent aangenaam, zolang ze op afstand van het tentdoek staan en niemand ertegenaan kan stoten. Leg een paar plaids klaar voor wie lang stil zit. En sluit aan de windkant een wand; dat scheelt meer dan je zou denken.
Ook hitte is wisselend weer
Een zomerdag kan ook te warm worden. Open dan juist alle wanden, zodat de wind door de tent kan, en zet de tafels niet in de volle middagzon. Kinderen die in de zon springen, raken snel oververhit. Plan elk halfuur een drinkpauze in en zet een kan water en bekers bij het springkussen. Een parasol of een tweede kleine tent geeft schaduw voor wie even wil zitten, en koelboxen in de schaduw houden het drinken koud.
Een tweede plan voor het programma
Bedenk welke onderdelen van je feest naar binnen kunnen en welke niet. Het buffet kan onder het tentdak, de spelletjes misschien niet. Houd voor de kinderen een paar dingen achter de hand: een knutseltafel, een fotobooth met verkleedkleren, een spel aan tafel. Dan hoeft niemand teleurgesteld te raken als het springkussen leeg moet.
Denk ook aan je gasten die van ver komen. Zet in de uitnodiging dat het feest bij elk weer doorgaat en dat er een tent staat. Dan neemt iedereen een vest mee en blijft niemand thuis omdat het om vier uur regent.
Wie beslist er, en wanneer?
Spreek af op welk moment je knopen doorhakt. Bijvoorbeeld: de avond ervoor bekijk je de verwachting en bel je bij twijfel de verhuurder. Op de dag zelf kijkt de opbouwploeg naar de wind voordat het kussen wordt opgeblazen. Leg ook vast wat er met de kosten gebeurt als een onderdeel niet door kan gaan. Een duidelijke afspraak vooraf voorkomt gedoe op het moment dat je eigenlijk je gasten wilt ontvangen.
Een lijstje om klaar te leggen
- Zijwanden, ook bij zon.
- Een loper of mat voor de ingang.
- Plaids en een paar extra stoelen in de tent.
- Lampjes voor het pad naar het huis.
- Een droge plek voor jassen en tassen.



