Inhoud van dit artikel

De meeste mensen kiezen een instrument omdat ze het ergens hoorden. Een cello op een begrafenis die je niet meer vergat, een drumsolo op een festival, een oom die op verjaardagen gitaar speelde. Dat is een prima begin. Toch loont het om verder te kijken dan dat ene moment, want je speelt straks vooral thuis, alleen, op een gewone dinsdag. Met een paar vragen vooraf kies je een instrument waar je ook dan zin in hebt.

Begin bij de klank

Luister naar opnames van verschillende instrumenten en let op wat je lichaam doet. Word je rustig van een lage, warme toon, of juist wakker van iets helders en hoogs? Een cello en een saxofoon vallen vaak in de eerste groep, een viool en een dwarsfluit in de tweede. Houd je vooral van ritme en ben je de hele dag aan het tikken, dan zegt dat ook iets. Kies de klank die je zelf honderd keer wilt horen, want dat ga je doen.

Voor kinderen werkt het net zo. Laat ze filmpjes kijken van kinderen die spelen, liefst van hun eigen leeftijd. Vraag daarna welk filmpje ze nog een keer willen zien. Het antwoord is vaak verrassend eerlijk.

Past het bij je lichaam?

Sommige instrumenten zijn er in kleinere maten. Een viool bestaat in achtste, kwart, halve en driekwart maat, en een cello ook. Daardoor kan een kind van zes al beginnen. Bij een dwarsfluit en een saxofoon ligt dat anders: je hebt genoeg longinhoud nodig en je handen moeten de kleppen kunnen dekken. Daarom beginnen kinderen met blazen meestal wat later, rond negen of tien jaar. Zang is weer een ander verhaal, want een kinderstem verandert nog. Tot een jaar of tien is een kinderkoor vaak een betere plek dan losse zangles.

Ook als volwassene speelt je lichaam mee. Heb je last van je schouders, dan is een viool die onder je kin rust misschien minder fijn dan een cello waarbij je zit. Een docent kijkt daar in de proefles naar.

Alleen of samen?

Een piano en een gitaar zijn complete instrumenten. Je speelt melodie en begeleiding tegelijk en hebt niemand anders nodig. Dat is fijn als je graag thuis voor jezelf speelt. Strijkers, blazers en drummers spelen juist vaak samen: in een orkest, een band of een ensemble. Wie het leuk vindt om ergens bij te horen, heeft daar veel aan. Bij Toonkamer kun je na een halfjaar meedoen met een samenspelgroep, ook als je nog niet ver bent.

Hoeveel geduld vraagt het?

Elk instrument heeft een begin dat even tegenvalt. Op een viool klinkt het eerste halfjaar niet altijd mooi, omdat je toon met de strijkstok moet groeien. Op een piano maak je sneller iets herkenbaars, maar daarna wordt het samenspel van twee handen een flinke klus. Drums voelen meteen goed, tot je merkt hoeveel zelfdiscipline een strak tempo vraagt. Weet wat je te wachten staat, dan schrik je er niet van.

Praktische zaken

Denk ook aan je huis. Een drumstel in een bovenwoning vraagt om goede afspraken met de buren, of om een elektronisch stel met een koptelefoon. Een piano neemt ruimte in, al bestaan er goede digitale piano's met gewogen toetsen. Een gitaar of fluit neem je overal mee naartoe. Huren is in het begin vaak verstandig. Je weet pas na een paar maanden echt of het instrument bij je past, en een huurinstrument kun je dan nog ruilen.

Twijfel je nog?

Dat is normaal. Vul op de site de drie vragen in en kijk welke instrumenten bovenaan komen. Kies er daarna één uit voor een proefles. In dertig minuten speel je zelf, en je merkt meteen of het voelt als iets voor jou. Lukt het niet bij het eerste instrument, dan probeer je een ander. Een tweede proefles op een ander instrument is heel gewoon.