Inhoud van dit artikel

Iedereen die een instrument leert, loopt tegen hetzelfde aan: de les is leuk, het oefenen thuis schiet erbij in. Dat ligt zelden aan wilskracht. Meestal weet je niet goed wat je moet doen als je achter je instrument zit, of voelt het als een berg die je niet in één keer kunt beklimmen. Met een paar gewoontes maak je oefenen kleiner en prettiger.

Liever elke dag een kwartier

Je hersenen leren een beweging in de rust tussen het oefenen door. Speel je elke dag een kwartier, dan krijgt je lichaam zeven keer per week die kans. Speel je twee uur op zondag, dan maar één keer. Kies een vast moment dat bij je dag past: na het eten, voor het naar school gaan, als je thuiskomt van je werk. Een vaste plek helpt ook. Laat je instrument op een standaard staan in plaats van in de koffer, dan pak je het sneller op.

Voor jonge kinderen is tien minuten vaak genoeg. Beter tien minuten met aandacht dan een half uur waarin het kind steeds naar de klok kijkt.

Weet wat je komt doen

Na elke les schrijft je docent in het lesschrift wat je deze week oefent. Lees dat voordat je begint. Kies dan één ding om mee te starten, bijvoorbeeld de moeilijke maat uit je stuk, en niet meteen het hele stuk. Begin met iets wat je al kunt om warm te worden. Een toonladder of een kort, bekend liedje is genoeg. Daarna pak je het lastige stuk, terwijl je nog fris bent. Eindig met iets wat je leuk vindt, zodat je de volgende dag weer zin hebt.

Langzaam is sneller

Dit is misschien de belangrijkste les van allemaal. Wie een passage te snel oefent, oefent ook de fouten in. Zet de metronoom op een tempo waarop je alles foutloos kunt spelen, ook als dat de helft van het echte tempo is. Lukt het drie keer achter elkaar zonder fout, zet hem dan een paar tikken hoger. Op die manier groeit je tempo vanzelf, en zit het stuk er straks stevig in.

Speel lastige stukjes ook apart. Twee maten herhalen gaat sneller dan telkens vanaf het begin beginnen. Bij piano helpt het om eerst met losse handen te spelen en daarna samen. Bij strijkers kun je eerst alleen de strijkstok oefenen op een lege snaar, zodat je je kunt richten op de beweging.

Luister naar jezelf

Neem af en toe een stukje op met je telefoon en luister het later terug. Je hoort dan dingen die je tijdens het spelen mist, zoals een tempo dat steeds iets versnelt of een toon die wegzakt aan het eind van een streek. Schrijf op wat je opvalt en neem het mee naar je volgende les. Daar kijk je er samen met je docent naar.

Als ouder helpen

Kinderen hebben baat bij een ouder die belangstelling toont, zonder over hun schouder mee te kijken. Vraag na het oefenen wat er goed ging. Laat ze een stukje voor je spelen als ze dat willen. Maak oefenen geen straf of voorwaarde voor iets anders, want dan krijgt het instrument een vervelende bijsmaak. Een vast oefenmoment op de weekplanning aan de koelkast werkt bij veel gezinnen beter dan elke dag opnieuw onderhandelen.

En als het een week niet lukt?

Dat gebeurt iedereen. Vertel het gewoon aan je docent, dan gebruik je de les om samen te oefenen. Een week zonder oefenen is niet erg. Belangrijker is dat je de draad daarna weer oppakt, met een kwartier per dag en een plan in je lesschrift.