Inhoud van dit artikel
Een proefles duurt bij ons dertig minuten. Dat lijkt kort, maar er past meer in dan je denkt. Je speelt zelf, je leert de docent kennen en je krijgt een eerlijk beeld van hoe de lessen gaan. Met een beetje voorbereiding haal je er nog meer uit.
Wat er gebeurt in dertig minuten
De eerste minuten zijn voor kennismaken. De docent vraagt wat je al hebt gespeeld, welke muziek je mooi vindt en wat je graag zou willen kunnen. Daarna pak je het instrument op. Je leert hoe je het vasthoudt of hoe je erachter zit, en je maakt je eerste klank. Op een piano is dat een korte melodie met vijf vingers, op een viool een lange toon op een lege snaar, op drums een eenvoudig ritme waarbij je hardop telt.
Halverwege kijkt de docent naar je handen, je houding en hoe je reageert op een aanwijzing. Zo leert de docent je manier van leren kennen. Het helpt hem of haar om in te schatten waar je zou beginnen en hoe snel je stappen zet. Aan het eind is er tijd voor je vragen.
Neem dit mee
Heb je al een instrument, neem het mee. De docent kan dan meteen zien of het goed bespeelbaar is en of de maat past, wat vooral bij kinderen veel uitmaakt. Heb je er geen, dan lenen we er een uit. Draag kleding waarin je makkelijk zit en armen kunt bewegen. Voor blaasinstrumenten is het fijn als je kort daarvoor niet net hebt gegeten. En neem een lied of stuk in gedachten dat je graag zou spelen, ook als het nog ver weg lijkt.
Vragen die je kunt stellen
Een proefles is ook voor jou een kennismaking. Vraag gerust hoe een gewone les eruitziet en hoeveel je thuis zou moeten oefenen. Vraag hoe de docent het lesschrift bijhoudt, zodat je weet wat je na elke les mee naar huis neemt. Wil je later samen spelen, vraag dan wanneer dat kan. En vraag wat een instrument kost om te huren of te kopen, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Komt je kind op proefles, laat het dan vooral zelf praten. Kinderen vertellen vaak meer als hun ouder even achter in het lokaal zit. Je mag erbij blijven, en de laatste minuten zijn ook voor jouw vragen.
Hoe weet je of het klikt?
Let na afloop op twee dingen. Had je zin om nog even door te gaan toen de tijd om was? En voelde je je op je gemak bij de docent? Dat tweede is minstens zo belangrijk als het instrument zelf. Je ziet je docent elke week, vaak jarenlang. Een goede docent maakt je nieuwsgierig en zegt eerlijk wat er beter kan, zonder dat je je dom voelt.
Bij kinderen zie je het vaak aan wat er thuis gebeurt. Blijven ze over het instrument praten, of doen ze de beweging van de strijkstok na aan tafel? Dan zit het goed.
En daarna?
Je hoeft niet meteen te beslissen. De docent geeft na de proefles een advies over lesduur en lesvorm. Voor jonge kinderen werkt een les van dertig minuten meestal het best, voor tieners en volwassenen kan vijfenveertig minuten prettiger zijn. Twijfel je tussen twee instrumenten, plan dan een tweede proefles op het andere instrument. Kies je ervoor, dan spreek je een vaste lestijd af die in je week past. Zo begin je met iets wat je echt wilt, in een ritme dat je kunt volhouden.



