Inhoud van dit artikel

Glazuur kiezen is een van de leukste momenten in de studio, en een van de lastigste. Het glazuur in de emmer is een grijze of roze pap die niets lijkt op het eindresultaat. Pas na de oven zie je wat je hebt gekozen. Met een paar weetjes kies je met meer zekerheid.

Kijk naar de proefplaatjes

Elke studio heeft proefplaatjes: kleine stukjes gebakken klei met elk glazuur erop. Die laten zien hoe een glazuur er na de oven uitziet. Kijk vooral naar plaatjes op dezelfde klei als die van jou, want rode en witte klei geven heel verschillende uitkomsten. Een goed proefplaatje staat rechtop en heeft een knik, zodat je ook ziet of het glazuur naar beneden loopt en hoe het in een hoek blijft staan.

Rode of witte klei

Op witte klei worden glazuren helder en licht. Een transparant groen seladon is op wit fris en jadeachtig. Op rode klei wordt hetzelfde glazuur donkerder en warmer, bijna olijfgroen. Ook de randen verschillen. Waar het glazuur dun is, schemert de kleur van de klei erdoorheen. Een mat wit glazuur op rode klei krijgt daardoor een warme blos op de randen.

Glanzend of mat

Glanzend glazuur is glad en makkelijk schoon te houden. Het laat kleur diep en helder zien. Mat glazuur voelt zacht en droog aan en geeft een rustige, moderne uitstraling. Voor de binnenkant van een beker of kom kies je liever een glad, glanzend glazuur, omdat koffie en thee daar minder snel vlekken achterlaten. De buitenkant mag mat zijn.

Twijfel je tussen twee kleuren, kies dan voor de binnenkant van een kom een rustig glazuur en speel aan de buitenkant. Een kom die van binnen wit of licht is, laat je eten mooi zien. Bij een beker werkt het andersom: de buitenkant zie je het meest, dus daar kies je de kleur die je het mooist vindt.

Dun, dik en lopen

Hoe dik je het glazuur aanbrengt, maakt veel uit. Een dunne laag geeft een lichtere kleur en laat de draairingen zien. Een dikke laag is dieper van kleur, maar kan in de oven gaan lopen. Sommige glazuren, zoals asglazuur, lopen altijd een beetje. Dat geeft mooie druppels en straaltjes, maar je laat dan aan de onderkant een ruime rand vrij. Anders loopt het glazuur van je werk af en plakt het aan de ovenplaat.

Twee glazuren combineren

Je kunt twee glazuren over elkaar heen gebruiken, bijvoorbeeld door de bovenrand van een kom twee keer te dompelen. Waar ze overlappen, ontstaat vaak een derde kleur. Dat kan prachtig zijn en soms ook tegenvallen. Vraag de docent welke combinaties in de studio goed werken, en hoe dik je de lagen maakt.

Voor servies of als decoratie

Niet elk glazuur is geschikt voor alles. Glazuren met veel craquelé, fijne barstjes in de laag, zijn mooi op een vaas en minder handig voor een beker, omdat er vuil en kleur in kunnen trekken. Vraag bij servies altijd of het glazuur geschikt is om uit te eten en te drinken. Een goede studio weet dat van elk glazuur dat ze gebruikt.

De oven doet ook mee

Ook met de beste voorbereiding blijft er een verrassing. De plek in de oven, de dikte van je wand en zelfs de vorm van je werk beïnvloeden het resultaat. Een kom bovenin kan net iets anders uitvallen dan een kom onderin. Veel keramisten vinden dat het mooiste van glazuur: geen twee stukken zijn hetzelfde.

Maak een foto van het proefplaatje dat je kiest. Dan kun je straks vergelijken, en weet je de volgende keer of je dunner of dikker wilt glazuren. Wil je weten wat er met je werk gebeurt tussen glazuren en ophalen? Lees dan van natte klei tot glazuur. In de studio van Kleiwiel kies je uit acht glazuren.