Inhoud van dit artikel

Als een kamer niet lekker voelt, ligt dat zelden aan de meubels zelf. Het ligt aan de ruimte ertussen. Je stoot je knie aan de salontafel, je moet zijwaarts langs de eettafel, of je schuift elke avond een stoel aan de kant om bij het raam te komen. Loopruimte is wat een kamer prettig maakt, en het is het eerste wat sneuvelt als je te veel of te groot koopt.

Tussen bank en salontafel

Houd tussen de bank en de salontafel ongeveer veertig tot vijftig centimeter aan. Dat is genoeg om je benen te strekken en om een kop koffie te pakken zonder voorover te buigen. Veel minder en de tafel staat in de weg; veel meer en je moet opstaan om iets neer te zetten. Een ronde tafel is hier vergevingsgezind: geen hoeken waar je je aan stoot, en je loopt er makkelijker omheen.

Langs de bank en achter een stoel

Een pad waar je dagelijks doorheen loopt, bijvoorbeeld van de deur naar het raam, wil je minstens tachtig centimeter breed houden. Loop je er met z'n tweeën of met een wasmand, dan is negentig tot honderd prettig. Achter een eetkamerstoel heb je ongeveer zeventig centimeter nodig om te kunnen aanschuiven, en meer als er iemand achterlangs moet terwijl je zit.

Rond de eettafel

Een tafel van tweehonderd centimeter lijkt op papier lang. Toch past hij in veel kamers, mits er aan de uiteinden ruimte overblijft. Reken per persoon zestig centimeter aan de lange zijde en zet de tafel zo dat de deur vrij blijft. Een tafel met een centrale poot of een kruisonderstel geeft meer beenruimte dan vier hoekpoten, zeker aan de kopse kanten.

Vloerkleed als maat

Een vloerkleed is een handig hulpmiddel om loopruimte te zien. Leg het zo dat de voorpoten van de bank en de fauteuils erop staan en de achterpoten erbuiten; de rand van het kleed markeert dan vanzelf waar de zithoek ophoudt en het looppad begint. Is er buiten het kleed nog tachtig centimeter vloer over, dan loop je er prettig langs. Blijft er maar een strook van een voet breed over, dan is de zithoek te groot voor de kamer, hoe mooi de meubels ook zijn.

Kasten en deuren

Een dressoir met schuifdeuren vraagt geen ruimte ervoor, een kast met draaideuren wel. Meet de deur in geopende stand en teken die boog op je plattegrond. Hetzelfde geldt voor de kamerdeur en de balkondeur: wat erachter staat, staat in de weg.

Zo kijk je ernaar

Teken je kamer op schaal en zet je meubels erin. Volg dan met je vinger de routes die je elke dag loopt: van de deur naar de bank, van de keuken naar de tafel, van de bank naar het raam. Waar je vinger moet omrijden, zal je lichaam dat ook moeten. Op onze kamermaat doet de pagina dit voor je: zet de meubels neer en lees onder de plattegrond hoeveel ruimte er tussen zit.

Kom je er niet uit, dan kijken we graag mee, in de winkel of bij jou thuis. Vaak blijkt dat één meubel een maat kleiner of een halve meter opgeschoven de hele kamer rustiger maakt.