Inhoud van dit artikel

Veel woonkamers hebben één lamp aan het plafond en een schakelaar bij de deur. Overdag is dat geen probleem, want dan doet het raam het werk. Maar zodra het donker wordt, maakt die ene lamp de kamer vlak: overal evenveel licht, nergens een plek die uitnodigt om te gaan zitten. Het alternatief is eenvoudig en niet duur: licht in lagen. Drie lampen op drie hoogtes, elk met een eigen taak.

De hanglamp: licht op een plek

Een hanglamp hoort boven iets te hangen: de eettafel, een leestafel, een hoek met een fauteuil. Hang hem laag, zo'n zestig tot zeventig centimeter boven een tafelblad, zodat hij een eiland van licht maakt en niet de hele kamer verlicht. Een kap van linnen of papier verzacht het licht en gloeit zelf mee; een open kap geeft harder licht op het blad en laat de rest donker. Boven een eettafel is een brede, ondiepe kap prettig: je ziet elkaars gezicht zonder in de lamp te kijken.

De tafellamp: licht op ooghoogte

Een tafellamp op een dressoir, een bijzettafel of een bureau brengt licht op de hoogte waar je zit. Dat is het licht dat een kamer warm maakt in de avond. Een keramische voet met een stoffen kap geeft een zachte lichtvlek op het meubel eronder en een gloed op de wand erachter. Zet er twee in een kamer en je hebt al een avondstemming zonder de plafonnière aan te doen.

De vloerlamp: licht waar je leest

De vloerlamp is de werkpaard van de avond. Naast de bank of de fauteuil geeft hij leeslicht van schuin boven, precies waar je het nodig hebt. Kies een lamp waarvan de kap net boven je schouder uitkomt als je zit, zodat het licht op je boek valt en niet in je ogen. Een kap van wol of dik linnen houdt het licht zacht; een lamp met een dimmer laat je kiezen tussen lezen en wegzakken.

Kleur en dimmen

Gebruik in de woonkamer warm wit licht, rond de 2700 kelvin. Dat is de kleur van een gloeilamp en van kaarslicht, en het past bij hout, wol en kalk. Koeler licht hoort in de keuken en op de werkplek, waar je scherp wilt zien. Dimmers zijn geen luxe: één dimbare lamp per laag en je stelt de avond in met je vingertoppen. Let bij ledlampen op of ze echt dimbaar zijn en of ze warmer worden als je dimt; niet alle lampen doen dat.

Zo begin je

Loop 's avonds door je kamer met de plafonnière uit en kijk waar het donker is op plekken waar je wilt zitten, lezen of eten. Dat zijn de plekken voor je drie lagen. Teken ze op je plattegrond, bij de meubels waar ze bij horen, en kijk of er een stopcontact in de buurt is. Twijfel je over de hoogte of de kap, dan maken we in de winkel een lichtplan per vertrek: drie lampen, drie taken, en een kamer die 's avonds een andere kamer wordt.