Inhoud van dit artikel

Koken voor twintig is iets anders dan vier keer koken voor vijf. Je pannen zijn groter, je oven raakt vol en een recept dat thuis een half uur kost, duurt opeens anderhalf uur. Met een paar keuzes vooraf blijft het gezellig in de keuken en staat het eten op tijd op tafel.

Kies gerechten die groot kunnen

Gerechten uit één pan of één ovenschaal werken het best. Denk aan een stoofpot, chili, lasagne, een curry of een grote bakplaat met geroosterde groenten en kip. Ze worden er niet slechter van als het eten een kwartier later begint, en je kunt ze makkelijk verdubbelen. Gerechten die je op het laatste moment moet bakken, zoals biefstuk of pasta voor twintig tegelijk, vragen veel pitten en veel handen.

Zet het hoofdgerecht in het midden en laat mensen zelf opscheppen. Losse schalen met salade, brood en een saus zijn snel klaar en iedereen pakt wat hij lekker vindt. Dat scheelt ook gedoe met kinderen die alles apart willen.

Vraag vooraf wat mensen niet eten

In een groep van twintig zit vrijwel altijd iemand die vegetarisch eet, een allergie heeft of iets slecht verdraagt. Vraag dat ruim van tevoren, zodat je er bij de boodschappen rekening mee houdt. Kook bij voorkeur één gerecht dat voor iedereen geschikt is, met eventueel vlees of vis apart erbij. Twee volledige menu's naast elkaar kosten dubbel zoveel tijd.

Bij een echte allergie werk je met aparte planken, lepels en pannen. Leg wat iemand niet mag eten nooit in dezelfde schaal. Zet bij een buffet een kaartje bij elk gerecht, dan hoeft niemand te raden wat erin zit.

Reken met ruime hoeveelheden

Bij groepen kom je eerder iets tekort dan dat je te veel hebt. Mensen eten na een dag fietsen of wandelen meer dan thuis. Neem daarom liever ruim en plan de restjes in voor de lunch van de volgende dag. Een stoofpot smaakt op dag twee vaak nog beter.

Schrijf voor elk gerecht een boodschappenlijst met hoeveelheden en tel ze voor het hele weekend bij elkaar op. Zo zie je in één keer hoeveel uien, pasta of melk je nodig hebt, en koop je geen drie losse netjes. Vraag de verhuurder hoeveel koelruimte er is. Koelkasten raken snel vol met drinken, dus een paar koelboxen in de schuur kunnen helpen.

Kijk wat de keuken aankan

Vraag voor je vertrekt wat er in de keuken staat: hoeveel ovens en pitten, hoe groot de grootste pan is en of er genoeg borden en glazen zijn voor iedereen. Een keuken in een groepshuis is meestal ruimer uitgerust dan een gewone keuken. Toch is een soeppan van tien liter of een extra grote ovenschaal niet overal standaard. Neem zelf mee wat ontbreekt.

Plan je maaltijden rond de oven. Als de lasagne er een uur in moet, kun je in die tijd geen brood afbakken. Zet daarom koude gerechten en salades klaar terwijl de oven bezig is.

Werk met kookploegen

Verdeel de maaltijden over vaste ploegen van drie of vier mensen. Elke ploeg kiest een gerecht, doet de boodschappen ervoor en kookt. Een andere ploeg ruimt af en wast af. Zo staat er nooit iemand alleen in de keuken en heeft iedereen ook een avond vrij.

Kinderen kunnen goed meehelpen met tafeldekken, groenten wassen of een toetje maken. Geef ze een vaste taak, dan horen ze erbij en hoeven de ouders niet steeds bij te springen.

Ontbijt en lunch

Bij het ontbijt hoeft niemand te koken. Zet brood, beleg, yoghurt, fruit en koffie klaar en laat iedereen op zijn eigen tijd eten. Een grote thermoskan koffie voorkomt dat het koffiezetapparaat de hele ochtend loopt. Voor de lunch werkt hetzelfde: brood, restjes van gisteren en een pan soep.

Spreek af wie elke ochtend de vaatwasser leegruimt en wie het afval wegbrengt. Het klinkt klein, en juist die klusjes blijven anders liggen.

Neem dit zelf mee

Een paar dingen maken koken voor een groep makkelijker: scherpe messen, een paar extra snijplanken, keukenpapier, vershoudfolie, vaatwastabletten en je recepten op papier. Kruiden, olie en zout zijn vaak aanwezig, alleen niet altijd in de hoeveelheid die je voor twintig mensen nodig hebt. Neem ze voor de zekerheid mee.