Inhoud van dit artikel

Een fietstocht met de hele groep is een van de mooiste dingen van een weekend in Drenthe. Het is ook een van de lastigste om goed te plannen. De sportieve neef wil een flinke afstand, oma wil een terras en de kleinste fietst nog met zijwieltjes. Met een slim gekozen route en genoeg pauzes kan iedereen mee.

Plan voor de langzaamste fietser

De afstand bepaal je op basis van wie het minst ver kan. Voor jonge kinderen op een eigen fiets is een korte tocht met veel stops al een hele onderneming. Ouderen op een gewone fiets houden het vaak langer vol dan je denkt, zolang het tempo rustig blijft. Drenthe is vlak, en toch kunnen zandpaden en tegenwind een tocht zwaarder maken dan de kaart doet vermoeden.

Splits de groep als het moet. De sportievelingen fietsen een grote lus en sluiten bij de lunch weer aan. Zo heeft iedereen een goede dag en hoeft niemand op een ander te wachten.

Gebruik de knooppunten

Het netwerk van fietsknooppunten maakt plannen makkelijk. Je kiest een reeks genummerde knooppunten en volgt de bordjes van het ene naar het volgende. Schrijf de nummers op een briefje of maak er een foto van en geef die aan elke kleine groep. Een route langs knooppunten kun je onderweg ook makkelijk inkorten.

Let bij het kiezen van de route op de ondergrond. Fietspaden van asfalt of klinkers rijden het lichtst. Schelpen- en zandpaden zijn mooi, alleen zwaar voor kleine kinderen en voor fietsen met smalle banden.

Zorg voor de juiste fietsen

Niet iedereen neemt zijn eigen fiets mee. Vraag de verhuurder of er fietsen zijn, en reserveer zo nodig bij een fietsverhuur in de buurt. Denk aan kinderzitjes, een aanhanger voor de allerkleinsten en een paar e-bikes voor wie het tempo anders niet bijhoudt. Met een e-bike kan opa gewoon met de kleinkinderen mee.

Controleer voor vertrek de banden, de remmen en de verlichting. Neem een kleine pomp en een reparatiesetje mee. Een lekke band halverwege is met twintig mensen geen ramp, zolang iemand weet hoe je hem plakt.

Plan de pauzes vooraf

Pauzes zijn het hart van een groepstocht. Kies van tevoren waar je stopt: een bankje bij een ven, een speeltuin, een theetuin of een boerderij met ijs. Kinderen fietsen een stuk vrolijker als ze weten dat er een stop aankomt. Plan ongeveer elk uur een korte pauze en rond het middaguur een langere.

Wil je bij een theetuin of restaurant met de hele groep eten, bel dan vooraf. Met twintig mensen tegelijk binnenvallen gaat niet overal goed.

Neem genoeg mee

Water, iets te eten, zonnebrand en regenkleding horen in elke fietstas. Verdeel de spullen over de groep, zodat niet één persoon alles draagt. Een kleine verbanddoos met pleisters en ontsmettingsmiddel is handig bij een val. Neem ook het nummer mee van iemand die met de auto kan komen als een fietser niet verder kan.

Spreek de regels af

Een grote groep op de fiets neemt veel ruimte in. Fiets op drukke paden achter elkaar en laat ander verkeer erlangs. Spreek af dat er altijd iemand voorop fietst die de route kent, en iemand achteraan. Wacht bij elke afslag tot de laatste fietser er is. Zo raakt niemand de groep kwijt.

Leg de kinderen uit dat ze bij een kruising stoppen en wachten. Een fel hesje of een vlaggetje op de fiets maakt de kleinsten beter zichtbaar.

Houd het rustig

Een fietsdag hoeft geen prestatie te zijn. Als de groep na twee uur liever bij een ven in het gras blijft liggen, is dat ook een goede dag. Kom op tijd terug, zodat er nog tijd is om te douchen en samen te eten. De verhalen van onderweg vertel je daarna aan de lange tafel.