Inhoud van dit artikel
In het voorjaar gaan de dikke truien en winterjassen de kast in. In het najaar haal je ze er weer uit, en soms zit er dan een klein gaatje in je mooiste kasjmier trui. Kleermotten houden van wol, kasjmier en andere dierlijke vezels, en vooral van kleding die al een tijdje stil hangt. Met een paar gewoontes bij het opbergen voorkom je de meeste schade.
Berg alleen schone kleding op
Motten komen af op vuil. Een trui die je een paar keer hebt gedragen, lijkt schoon, maar bevat huidschilfers, zweet en soms een onzichtbaar spatje eten. Precies dat is voedsel voor de larven, en die richten de eigenlijke schade aan. Was of reinig daarom alles voordat het voor een seizoen de kast in gaat. Wol en kasjmier kun je vaak met de hand wassen. Jassen, colberts en mantels breng je naar de stomerij.
Goed dicht, en helemaal droog
Bewaar schone wollen kleding in een dichte katoenen hoes, een kledingzak of een goed sluitende doos. Plastic beschermt tegen motten, maar houdt ook vocht vast. Is de kleding niet helemaal droog als je hem inpakt, dan kan hij muf gaan ruiken of zelfs gaan schimmelen. Laat stukken na het wassen of reinigen dus een dag uitluchten voordat je ze inpakt. Een ademende katoenen hoes is voor jassen en colberts een goede middenweg.
Vouwen of hangen
Gebreide truien en vesten vouw je. Op een hanger rekken de schouders uit en zakt de trui langzaam naar beneden. Jassen, colberts en mantels hang je juist op een brede hanger die de schouders volgt. Een dunne draadhanger laat bulten achter in de schouders, ook na een paar weken. Laat in de kast wat ruimte tussen de stukken, zodat er lucht langs kan.
Ceder, lavendel en licht
Cederhout en lavendel zijn populair in de kledingkast. Ze ruiken prettig en kunnen motten wat op afstand houden, al vervangen ze geen schone kleding en een dichte hoes. Ceder verliest na verloop van tijd zijn geur; met een beetje schuurpapier haal je die weer naar boven. Motten houden ook niet van licht en beweging. Open de kast in de zomer af en toe, haal de kleding er even uit en schud alles goed uit.
Wat doe je als je motten vindt?
Zie je kleine gaatjes, spinselachtige draadjes of larven, haal dan de hele kast leeg. Reinig de kleding die je wilt houden en stofzuig de kast grondig, ook in de hoeken en naden. Het eerste stuk dat aangetast is, vertelt je waar je moet zoeken. Bij een wollen jas of trui met kleine gaatjes kunnen we samen bekijken of herstellen nog zin heeft.
Een kast die klaar is voor de winter
Wil je het jezelf in het najaar makkelijk maken, breng je wintergoed dan in het voorjaar naar de stomerij en laat het daarna in de hoes. Dan haal je in oktober een schone jas uit de kast die meteen aan kan. Overhemden, katoen en linnen kun je gewoon gevouwen bewaren. Zolang ze schoon zijn, zijn ze voor motten veel minder interessant.



