Inhoud van dit artikel

Een elektrische sloep besturen is makkelijker dan het eruitziet. Voor een huursloep als deze heb je geen vaarbewijs nodig, en na een korte uitleg vaar je weg. Toch voelt het de eerste minuten onwennig: een boot remt anders dan een auto en stuurt anders dan een fiets. Met deze tips ben je snel op je gemak.

Luister naar de uitleg aan de steiger

Voor vertrek krijg je een korte uitleg. Vraag gerust door, ook als het simpel klinkt. Laat je zien hoe de gashendel werkt, hoe je achteruit vaart en waar de lijnen, de stootwillen en de zwemvesten liggen. Vraag ook hoe lang de accu meegaat bij jouw dagdeel en wat je doet als er iets niet werkt. Sla het telefoonnummer van de verhuurder op voordat je wegvaart.

Een boot stuurt met zijn achterkant

Het grootste verschil met een auto: een boot draait om een punt ergens in het midden, en de achterkant zwaait uit. Draai je het stuur naar links, dan gaat de voorkant naar links en de achterkant juist naar rechts. Houd daar rekening mee als je langs een steiger of een andere boot vaart. Geef jezelf ruimte aan de kant waar de achterkant naartoe zwaait.

Een boot reageert ook met vertraging. Draai het stuur rustig en wacht even tot de boot volgt. Wie te veel corrigeert, gaat zigzaggen. Kijk een eind vooruit, naar een vast punt op de oever, en stuur daarop af.

Gas geven en remmen

Een elektrische sloep is stil en trekt soepel op. Begin met weinig gas en voer het langzaam op. Remmen doe je door de hendel terug te zetten naar neutraal en, als het nodig is, even achteruit te geven. Een boot glijdt nog een stuk door als je het gas loslaat. Ga daarom ruim op tijd van het gas af als je ergens wilt stoppen of aanleggen.

Wind heeft veel invloed op een lichte boot. Bij zijwind drijf je langzaam opzij, ook als je recht vooruit stuurt. Dat merk je vooral bij lage snelheid. Vaar op een open plas met wind dus ook weer niet al te langzaam.

De belangrijkste vaarregels

Op het water gelden verkeersregels, net als op de weg. Voor een dag op de plassen zijn er een paar die je echt moet kennen.

  • Houd rechts. Twee boten die elkaar tegemoet komen, passeren elkaar links langs links.
  • Geef zeilboten, roeiers en kano's ruimte. Ze zijn minder wendbaar dan jij en kunnen niet zomaar uitwijken.
  • Beroepsvaart gaat voor. Blijf uit de buurt van grote schepen; de schipper ziet je vanaf zijn stuurhut vaak slecht.
  • Vaar langzaam bij zwemmers, steigers, smalle doorgangen en huizen aan het water. Je golfslag kan voor anderen hinderlijk zijn.
  • Kruis nooit vlak voor een andere boot langs en houd afstand van oevers waar mensen zwemmen.

Twijfel je wie er voorrang heeft, minder dan vaart en laat de ander gaan. Dat is op het water altijd een goede keuze.

Wie is de schipper?

Spreek af wie er stuurt. De schipper is verantwoordelijk voor de boot en de mensen aan boord, ook als een ander even het stuur overneemt. Wie stuurt, drinkt geen alcohol. Ook op het water gelden alcoholregels voor de schipper, en de politie controleert daar ook op.

Laat kinderen gerust een stukje sturen op een rustig deel van de plas, met een volwassene ernaast. Geef ze een punt op de oever om op af te sturen, dan leren ze het snel.

Onderweg

Houd de vaarkaart bij de hand en kijk af en toe waar je bent. Op de plassen lijken de oevers op elkaar, en een legakker die je net voorbij bent, ziet er van de andere kant heel anders uit. Spreek een tijd af waarop je omkeert. Had je op de heenweg de wind in de rug, dan heb je die op de terugweg tegen. Reken voor de terugweg dus op wat meer tijd.

Verandert het weer, met harde wind of onweer in aantocht, vaar dan naar de dichtstbijzijnde steiger en bel de verhuurder. Op open water ben je bij onweer kwetsbaar, en de verhuurder denkt graag met je mee over de beste plek om te wachten.