Inhoud van dit artikel
Aanleggen is voor de meeste beginners het spannendste deel van een dag op het water. Iedereen op het terras kijkt mee, de wind duwt de boot net de verkeerde kant op en de lijn ligt nog onder de bank. Met een beetje voorbereiding wordt aanleggen een rustig klusje.
Bereid je voor voordat je de steiger nadert
Maak je lijnen klaar voordat je bij de steiger bent: één voorop en één achterop, met het ene eind vast aan de boot. Hang de stootwillen, de zachte kussens langs de zijkant, aan de kant waar je gaat aanleggen. Spreek af wie wat doet. Eén persoon stuurt, één persoon zit voorin met de voorlijn en eventueel iemand achterin met de achterlijn. De rest blijft zitten.
Kijk eerst naar de wind
De wind bepaalt hoe je aanlegt. Kijk naar het riet, een vlag of de golfjes op het water om te zien waar de wind vandaan komt. Leg bij voorkeur aan met de neus tegen de wind in. Dan remt de wind je af en heb je meer controle.
Komt de wind van opzij en duwt hij je naar de steiger toe, dan hoef je alleen evenwijdig te komen en drijf je vanzelf aan. Duwt de wind je van de steiger af, kom dan iets schuiner aanvaren en zorg dat de voorlijn als eerste vastgaat. Daarna trek je de achterkant met de achterlijn rustig bij.
Langzaam is snel genoeg
De belangrijkste regel: vaar heel langzaam. Ga ruim voor de steiger van het gas af en laat de boot uitdrijven. Je kunt altijd een klein beetje gas bijgeven. Een boot die te hard aankomt, krijg je veel moeilijker stil. Mislukt een poging, vaar dan rustig weg en probeer het opnieuw. Een tweede poging is heel gewoon.
Stop vlak voor de steiger met een korte stoot achteruit. Daarmee haal je de laatste vaart eruit.
Stap rustig over, spring nooit
Degene met de voorlijn stapt pas op de steiger als de boot stilligt of er rustig tegenaan schuift. Spring nooit van de boot naar de kant, en zet nooit een hand of voet tussen de boot en de steiger om af te houden. Een boot is zwaarder dan hij lijkt en kan je vingers of je enkel klemmen. Laat de stootwillen het werk doen en de boot zachtjes tegen de steiger komen.
Lijnen vastmaken
Leg de voorlijn eerst vast, om een paal, een ring of een kikker: het metalen of houten haakje op de steiger. Een paar slagen om de kikker met een kruisslag erover houdt de boot goed vast, en die maak je later makkelijk weer los. Maak daarna de achterlijn vast. Zet de lijnen niet te strak, zodat de boot een beetje kan meebewegen met de golven.
Leg je even aan voor een ijsje of een zwempauze, zet de motor dan in neutraal of uit en haal de sleutel eruit. Zo vaart niemand per ongeluk weg terwijl jij op de kant staat.
Wegvaren
Bij het wegvaren gaat het omgekeerd. Iedereen zit, de motor staat aan, en pas dan maak je de lijnen los. Begin met de lijn waar de minste spanning op staat. Duw de neus een stukje van de steiger af en vaar langzaam weg. Let op de achterkant: die zwaait uit als je stuurt, dus stuur pas echt als je vrij van de steiger ligt.
Neem de lijnen en stootwillen meteen binnen. Een lijn die in het water hangt, kan in de schroef komen.
Oefen op een rustige plek
Wil je zeker zijn van je zaak, oefen dan een paar keer aan een lege steiger of een meerpaal op een rustig stuk water. Na twee of drie keer weet je hoe de boot reageert. Bij de verhuur kun je ook vragen of iemand bij de eerste keer aanleggen even meekijkt. De meeste verhuurders doen dat graag, want een rustige aanlegger brengt de boot heel terug.



