Inhoud van dit artikel

Walstroom maakt het leven aan boord een stuk makkelijker. Je laadt je accu's, zet een waterkoker aan en houdt je koelkast koel zonder dat de motor hoeft te draaien. Tegelijk combineer je elektriciteit met water, en dat vraagt om zorg. Met de juiste spullen en een vaste volgorde sluit je veilig aan.

De juiste kabel en stekker

In de meeste Nederlandse havens gebruik je een blauwe CEE-stekker voor 230 volt, het ronde type met drie pinnen. Een gewone stekker met randaarde past daar niet in. Zorg voor een kabel die geschikt is voor buitengebruik en voor de stroom die je trekt. Kijk de kabel elk seizoen na op scheurtjes, beschadigde isolatie en losse stekkers, en vervang hem als je twijfelt.

Neem een kabel die lang genoeg is. Een kabel die strak tussen steiger en boot staat, trekt bij elke golf aan de stekker. Gebruik nooit een verlengsnoer met losse verbindingen op de steiger.

Haspel helemaal afrollen

Gebruik je een kabelhaspel, rol hem dan altijd helemaal af. Een opgerolde kabel kan warm worden als er veel stroom doorheen gaat, en in het ergste geval smelten. Leg de kabel zo neer dat niemand erover struikelt en dat hij niet in het water hangt. Laat hem met een lus naar de boot lopen, zodat er geen spanning op de stekkers staat.

Eerst de boot, dan de wal

Houd een vaste volgorde aan. Zet de schakelaars aan boord uit. Steek de kabel eerst in de aansluiting op de boot en pas daarna in de walstroomkast. Zo heb je nooit een kabel onder spanning in je handen die nog niet aan beide kanten vastzit. Zet daarna de groep op de steiger aan als dat nodig is, en dan pas de schakelaars aan boord.

Bij het loskoppelen werk je andersom. Eerst alles aan boord uit, dan de stekker uit de walstroomkast en als laatste uit de boot. Leg het losse eind niet op de rand van de steiger, waar het in het water kan vallen.

Aardlekschakelaar aan boord

Een goede installatie aan boord heeft een eigen aardlekschakelaar en zekeringen. Die schakelen de stroom uit als er iets misgaat, bijvoorbeeld als er stroom weglekt via een beschadigd apparaat. Test de aardlekschakelaar regelmatig met de testknop. Heb je een oudere boot of twijfel je over de installatie, laat die dan nakijken door een erkende installateur.

Let op het vermogen

Een walstroomaansluiting levert een beperkte stroom. Vraag het havenkantoor hoeveel ampère er per aansluiting beschikbaar is, en zet niet alles tegelijk aan. Een elektrische kachel, een waterkoker en een acculader samen zijn vaak te veel en laten de zekering op de steiger springen. Dan zit jij zonder stroom, en soms je buren ook.

Springt de zekering in een afgesloten walstroomkast, probeer hem dan niet zelf te herstellen. Meld het bij het havenkantoor.

Corrosie door walstroom

Via de aarde van de walstroom kan er een kleine stroom tussen boten in de haven lopen. Dat versnelt de corrosie van metalen onderdelen onder water, zoals de schroef en de schroefas. Een galvanische scheider of een scheidingstransformator aan boord kan dat voorkomen. Vraag een installateur of dat voor jouw boot zinvol is. Kijk ook regelmatig naar je anodes, de zinken blokken die langzaam oplossen zodat je schroef en as heel blijven.

Kinderen en huisdieren

Een kabel op de steiger is voor kinderen en honden een struikelpunt en soms een speeltje. Leg hem zo veel mogelijk langs de rand van de steiger, uit het looppad. Laat kinderen niet aan de walstroomkast komen.

Met een goede kabel, een vaste volgorde en een beetje aandacht voor het vermogen is walstroom veilig en makkelijk. Twijfel je over iets, vraag het dan aan de havenmeester. Die heeft de vraag vast al vaker gehoord.