Inhoud van dit artikel
Een box tussen twee palen is voor veel schippers het lastigste stukje van de dag. De ruimte is krap, de buren kijken mee en precies als je de box in draait, pakt de wind de boot. Met een goede voorbereiding en een duidelijke taakverdeling wordt het een stuk rustiger.
Verken de box voordat je erin gaat
Vaar eerst rustig langs de box die je wilt nemen. Kijk hoe breed hij is, waar de palen staan en of er lijnen aan de palen hangen. Kijk ook naar de steiger: zit de kikker of de ring aan het begin of halverwege, en ligt er een vingersteiger naast? In veel havens zie je aan een groen of rood bordje of een box vrij is. Twijfel je, vraag het dan via de marifoon of bel het havenkantoor.
Let op de wind. Kijk naar vlaggen, naar het riet of naar de manier waarop boten in andere boxen aan hun lijnen hangen. Zo weet je van welke kant de wind komt voordat je de box in draait.
Maak alles klaar op ruim water
Bereid de lijnen voor op een plek waar je de ruimte hebt. Meestal heb je twee lijnen voor de palen en twee voor de steiger nodig. Leg ze klaar met het ene eind vast aan de boot en het andere eind vrij, zonder knopen of kinken. Hang de stootwillen aan beide kanten, op de hoogte van de palen en de buurboten.
Spreek af wie wat doet. Eén persoon stuurt en geeft aanwijzingen. Iemand anders legt de eerste lijn om de loefpaal, de paal aan de kant waar de wind vandaan komt. Een derde stapt op de steiger zodra het kan, of geeft de voorlijnen aan.
Eerst de loefpaal
Met zijwind is de volgorde belangrijk. Vaar de box in met iets meer vaart dan bij windstil weer, zodat je bestuurbaar blijft, en houd de neus iets naar de loefkant. Zodra je de loefpaal passeert, legt je bemanning daar een lijn omheen. Die lijn houdt de boot tegen de wind in vast, terwijl je verder de box in vaart. De paal aan de lijzijde, waar de wind naartoe waait, komt daarna.
Gebruik een lijn met een lus die je over de paal legt, of een pikhaak om hem erom te leggen. Laat de lijn meelopen zonder hem meteen vast te zetten, zodat de boot nog kan doorvaren tot de steiger.
Bij de steiger
Ga ruim op tijd van het gas af en stop de boot met een korte stoot achteruit. Degene voorop stapt pas over als de boot vrijwel stilligt, en springt nooit. Maak eerst de voorlijn aan de loefkant vast. Daarna volgen de andere voorlijn en de lijnen naar de palen. Trek de boot zo in het midden van de box dat hij de steiger niet raakt en ook de buren vrijhoudt.
Zet de lijnen niet te strak. Het waterpeil kan iets veranderen en de boot moet een beetje kunnen meebewegen. Een paar centimeter speling is genoeg.
Als het misgaat
Lukt het niet, breek de poging dan op tijd af. Zet de motor in z'n achteruit, vaar rustig de box uit en probeer het opnieuw. Wie doorduwt, raakt een paal of een buurboot. Een tweede of derde poging is heel normaal, ook voor ervaren schippers. Niemand in de haven kijkt daar vreemd van op.
Vraag gerust om hulp. Op veel steigers staat wel iemand die een lijn aanpakt. Zeg dan duidelijk wat je wilt: 'Wil je deze om de kikker leggen?' werkt beter dan een lijn zonder uitleg toegooien.
Oefenen zonder publiek
Wie zelden in een box ligt, oefent het best op een rustig moment, bijvoorbeeld vroeg in de ochtend als de haven nog slaapt. Kies een lege box aan het eind van een steiger, waar je de ruimte hebt. Oefen zowel met de neus als met de achterkant naar de steiger. Na een paar keer weet je hoe je boot zich bij wind gedraagt.
Liever langszij?
Ben je op doorreis en is er een passantensteiger, dan is langszij liggen vaak makkelijker. Je vaart evenwijdig aan de steiger aan, stapt over en maakt een voorlijn, een achterlijn en eventueel springen vast. Vraag bij het havenkantoor waar passanten liggen. Dat scheelt zoeken tussen de boxen.



