Inhoud van dit artikel

In april, mei, september en oktober is het rustig op kleine campings. De plekken zijn ruim, de vogels zijn luid en je hebt de vijver vaak voor jezelf. De dagen kunnen heerlijk zijn. Met de nachten valt het soms tegen. Met een paar aanpassingen aan je uitrusting kampeer je in het voor- en naseizoen even comfortabel als in de zomer.

De nacht is kouder dan je denkt

Een zonnige middag van achttien graden kan overgaan in een nacht van een paar graden boven nul. Vooral bij een heldere hemel koelt de grond snel af. Kijk bij het weerbericht dus vooral naar de laagste temperatuur van de nacht.

Op je slaapzak staat een comforttemperatuur. Dat is de temperatuur waarbij je volgens de norm nog behaaglijk slaapt. Kies een slaapzak waarvan die waarde een paar graden onder de verwachte nachttemperatuur ligt. Heb je het snel koud, neem dan een fleece voering of een extra deken mee.

Isoleer van onderen

De meeste warmte verlies je naar de grond. Een dun luchtbed zonder isolatie voelt in oktober als slapen op een koude plaat. Een zelfopblazende mat of een matras met een goede isolatiewaarde helpt meer dan een dikkere slaapzak. Slaap je op een veldbed, leg dan een wollen deken onder het laken, want onder een veldbed stroomt de koude lucht vrij langs.

Ook een grondzeil onder je tent maakt verschil. Het houdt vocht van de grond tegen en beschermt de bodem van je tent. Zorg dat het zeil nergens onder de rand van de tent uitsteekt. Anders vangt het regenwater op en leidt het precies onder je tent door.

Dauw en condens horen erbij

In het naseizoen is je tent 's ochtends vaak nat, ook als het niet geregend heeft. Dat is dauw aan de buitenkant en condens aan de binnenkant. Condens ontstaat doordat je adem en natte kleding vocht afgeven, dat neerslaat op het koude doek. Ventileer daarom ook als het fris is: zet de luchtroosters open en laat een kier in de bovenkant van de deur.

Kook niet in je binnentent en hang natte jassen in de voortent of in de auto. Een katoenen tent ademt beter dan een nylon tent en heeft minder last van druppels aan de binnenkant. Laat je tent bij vertrek zo mogelijk opdrogen in de zon. Moet je hem nat inpakken, zet hem thuis dan binnen een dag of twee op om te drogen, anders krijg je schimmelplekken.

Korte dagen vragen om licht

Eind september is het rond zeven uur 's avonds al schemerig. Een lamp in je tent en een hoofdlamp met een rode stand zijn dan geen luxe. Met rood licht verblind je jezelf en je buren niet, en zie je daarna nog sterren. Kom je laat aan, vraag dan vooraf om een plattegrond met je plek erop, zodat je in het donker niet hoeft te zoeken.

Kleding in lagen

Neem kleding mee die je over elkaar kunt dragen: een thermoshirt, een fleece en een jas die wind en regen tegenhoudt. Een muts houdt 's nachts verrassend veel warmte vast. Een paar droge sokken die je alleen in je slaapzak draagt, voelt in oktober als een cadeau.

Stroom en een kacheltje

Op een plek met stroom kun je een klein elektrisch kacheltje gebruiken om de voortent op te warmen. Kijk wel hoeveel ampère de aansluiting levert. Gebruik nooit een kacheltje op gas in een afgesloten tent, want daarbij kan koolmonoxide vrijkomen. Zet ook een elektrisch kacheltje uit als je gaat slapen.

Een ander veld

Wie in het voor- of naseizoen kampeert, ziet een ander veld. In april bloeit de meidoorn, in september hangt er 's ochtends nevel boven het water. Het is stil, de plekken zijn ruim en je hebt alle keus. Op Het Uilenveld gelden in die maanden de tarieven van het laagseizoen, en op de veldkaart zie je meteen welke plek in de ochtendzon ligt. Lees ook hoe je een plek kiest die bij je past.