Inhoud van dit artikel

De avond is voor veel kampeerders het mooiste deel van de dag. Het veld koelt af, de vogels worden stiller en ergens knettert een vuurtje. Met een paar afspraken blijft dat moment ook prettig voor je buren, en zie je na het donker meer van de sterrenhemel dan thuis.

Vuur alleen in een schaal

Een kampvuur direct op het gras laat een kale, zwarte plek achter die maanden zichtbaar blijft. Daarom werken veel kleine campings met vuurschalen op poten. Zet de schaal op een stevige, vlakke ondergrond van grind of tegels, op ruime afstand van je tent, een luifel en overhangende takken. Houd een emmer water of een bak zand binnen handbereik.

Vraag altijd eerst of vuur die dag mag. Bij lang droog weer kan de veiligheidsregio een verhoogd natuurbrandrisico afkondigen, en dan blijft de schaal leeg, ook op de camping. Ook bij harde wind is stoken onverstandig, want vonken waaien verder dan je verwacht.

Het juiste hout

Droog hout brandt helder en geeft weinig rook. Nat of vers hout smeult, rookt en stinkt, en die rook trekt precies de tenten van je buren in. Gebruik gekloofd hout dat goed gedroogd is, zoals eiken of beuken voor een rustig vuur en berken om het snel aan te krijgen. Verbrand nooit afval, geverfd hout of plastic.

Begin klein. Leg aanmaakhoutjes kruislings, steek ze aan met een aanmaakblokje en leg pas grotere stukken op als het vuur goed brandt. Een vuur van een paar blokken geeft genoeg warmte voor een kring stoelen. Een hoge stapel hout geeft vooral veel vonken.

Blussen voor je gaat slapen

Laat een vuurschaal nooit onbeheerd achter. Stop een half uur voordat je naar bed gaat met hout bijleggen, zodat het vuur kan uitbranden. Giet daarna water over de as en roer erdoorheen tot er niets meer sist. Ook as die koud lijkt, kan nog uren gloeien.

Stilte hoort bij het veld

Geluid draagt ver over een open veld, zeker 's avonds als de wind gaat liggen. Een gesprek op gewone toon aan de vuurschaal hoor je drie plekken verder nog. Houd muziek binnen je eigen tent en praat zachter na de afgesproken stiltetijd. Je buren met kleine kinderen zullen je dankbaar zijn.

Laat het donker toe

Een felle lamp aan je tent of camper verlicht meer dan je eigen plek. Hij schijnt bij je buren naar binnen en maakt de sterrenhemel voor iedereen vager. Gebruik na het donker liever een lage, warme lamp die naar beneden schijnt. Een hoofdlamp met een rode stand is ideaal: je ziet waar je loopt en je ogen blijven aan het donker gewend.

Je ogen hebben een kwartier tot een half uur nodig om aan het donker te wennen. Kijk in die tijd niet op je telefoon, of zet het scherm op de laagste stand. Hoe langer je kijkt, hoe meer sterren er verschijnen.

Sterren kijken zonder telescoop

Een telescoop heb je niet nodig. Leg een deken of een ligstoel in het gras, zo ver mogelijk van lampen en de vuurschaal, en kijk recht omhoog. Met een verrekijker zie je al veel meer, zoals sterrenhopen en de kraters van de maan. Zoek voor een donkere avond een maankalender op: rond nieuwe maan is de hemel het donkerst. Op een heldere zomernacht, ver van de stad, zie je soms de band van de Melkweg.

Op Het Uilenveld

Op Het Uilenveld leen je de vuurschaal bij de schuur en koop je daar een krat droog brandhout. Na half elf is het stil op het veld en blijven de lampen laag. Wil je zien hoe jouw plek er na zonsondergang uitziet? Op de site staat dezelfde plek om twee uur 's middags en om tien uur 's avonds naast elkaar. Lees ook wat je meeneemt voor koude avonden in het voor- en naseizoen.