Inhoud van dit artikel

Je ziet het aan de cijferlijst, of je merkt het aan tafel: het loopt niet lekker op school. Dan is de eerste vraag vaak of je kind bijles nodig heeft. Soms is dat precies goed. Soms zit het probleem ergens anders, bijvoorbeeld in plannen of in leren leren, en past huiswerkbegeleiding beter. Het verschil kennen scheelt geld, tijd en een hoop frustratie.

Wat is het verschil?

Bijles gaat over de stof van één vak. Een begeleider legt uit wat in de klas niet is blijven hangen, oefent met je kind en zoekt uit waar het precies misgaat. Bij wiskunde kan dat een basisvaardigheid uit een eerder jaar zijn, bij Engels een achterstand in woordenschat. Bijles is meestal een vaste les per week, alleen of in een klein groepje.

Huiswerkbegeleiding gaat over het werk zelf. Je kind maakt zijn eigen huiswerk op een rustige plek, met een begeleider in de buurt die helpt bij plannen, overhoort en vragen beantwoordt. De nadruk ligt op het ritme: elke middag weten wat er moet, op tijd beginnen en leren op een manier die werkt.

Signalen dat bijles past

  • Eén vak zakt weg, terwijl de andere vakken prima gaan.
  • Je kind zegt dat het de uitleg in de klas niet snapt, ook als het wel oefent.
  • Het gaat mis bij opgaven die voortbouwen op eerdere stof, zoals breuken, formules of grammatica.
  • Er komt een toets of examen aan en er zit een duidelijk gat in één onderwerp.

Signalen dat huiswerkbegeleiding past

  • Toetsen komen als een verrassing, of het leren begint pas de avond ervoor.
  • De cijfers wisselen sterk, ook bij vakken die je kind eigenlijk goed kan.
  • Huiswerk zorgt thuis elke dag voor discussie.
  • Je kind zit in de brugklas en moet nog wennen aan veel vakken en een agenda.

Herken je beide lijstjes? Dat komt vaak voor. Wie slecht plant, loopt bij een moeilijk vak sneller achter, en een achterstand in één vak maakt plannen weer lastiger. Dan kan een combinatie werken, of eerst een paar weken bijles en daarna huiswerkbegeleiding.

Kijk eerst naar de oorzaak

Een laag cijfer vertelt nog niet waar het probleem zit. Een onvoldoende voor wiskunde kan aan de stof liggen. Het kan ook zijn dat je kind de vragen te snel leest, te weinig tijd neemt of de toets vergeten was. Neem daarom samen een paar recente toetsen door. Waar gingen de punten verloren? Bij rekenfouten, bij vragen die niet af waren, of bij onderwerpen waar je kind helemaal niets van wist?

Ook het PTA en de studiewijzer van school zijn nuttig. Daarin staat wat er dit jaar getoetst wordt en wanneer. Zo zie je of er een drukke periode aankomt.

Wat vraag je in een intake?

Een goed bijlesinstituut begint met een gesprek, het liefst met ouder en kind samen. Vraag hoe ze bepalen waar de achterstand zit, hoe groot de groepjes zijn, of je kind steeds dezelfde begeleider heeft en hoe je als ouder hoort hoe het gaat. Vraag ook of ze aansluiten bij de methode en de planning van school. Bijles die een andere aanpak volgt dan de docent, kan verwarrend zijn.

Spreek een doel af, en een moment om te kijken of het werkt. Bijvoorbeeld: na zes weken een voldoende voor de volgende toets, of zelf een weekplanning kunnen maken. Bijles hoeft niet eindeloos te duren. Het mooiste resultaat is een kind dat het weer zelf kan.

Bij Studiehuis Vlijt

Bij Studiehuis Vlijt begin je met een gratis intake van 30 minuten. We kijken samen naar de cijferlijst, het PTA en de agenda en adviseren daarna bijles, huiswerkbegeleiding of een combinatie. Moet er een examen gehaald worden, dan maak je in de examenplanner alvast een voorbeeldplan. Lees ook hoe je je kind helpt met leren plannen in de brugklas.