Inhoud van dit artikel

Loop je binnen bij een groep die volgens Pikler en Reggio Emilia werkt, dan valt eerst op wat er ontbreekt: geen knipperende schermen, geen speelgoed met knopjes en geluidjes. In plaats daarvan houten blokken, stoffen, zand en takken, precies zoals de kinderen dat het liefst zelf ontdekken.

Wat de Pikler-visie inhoudt

Emmi Pikler, kinderarts in Boedapest, ontdekte dat baby's zich het beste motorisch ontwikkelen wanneer ze zelf mogen rollen, tijgeren, zitten en staan, zonder dat een volwassene ze in een houding zet die ze zelf nog niet beheersen.

Een baby vroegtijdig rechtop zetten voordat de rugspieren daar klaar voor zijn, kan de natuurlijke volgorde van motorische ontwikkeling verstoren. Pikler-gericht werken betekent dus vooral: observeren, ruimte geven en ingrijpen alleen wanneer het echt nodig is.

Wat Reggio Emilia daaraan toevoegt

De Reggio Emilia-benadering, ontstaan in Noord-Italië, ziet een kind als nieuwsgierig en competent vanaf de geboorte. In plaats van kant-en-klare activiteiten volgt de pedagogisch medewerker de interesse van het kind, en wordt de ruimte zelf gezien als een soort derde pedagoog.

  • Open materialen zoals hout, stof en natuurlijke voorwerpen in plaats van speelgoed met één functie.
  • Ruimtes met veel licht, spiegels en natuurlijke texturen.
  • Documentatie van het spel van kinderen, zichtbaar voor ouders.
Tip. Merk je dat je kind thuis het langst speelt met een simpele doos of een stuk stof in plaats van met knopjesspeelgoed? Dat past precies bij het soort open spel dat deze visie stimuleert.

Waarom open materiaal de creativiteit stimuleert

Speelgoed met één vaste functie, zoals een knop die altijd hetzelfde geluidje maakt, laat weinig ruimte voor eigen interpretatie. Een houten blok kan daarentegen een telefoon zijn, een stukje taart, of een bouwsteen, al naar gelang de fantasie van het kind op dat moment.

Die openheid vraagt kinderen om zelf betekenis te geven aan wat ze in handen hebben, wat de verbeeldingskracht en het probleemoplossend vermogen op de lange termijn sterker maakt dan passief speelgoed.

Wat dit in de praktijk betekent

Op de groep zie je dit terug in simpele, uitnodigende hoekjes: een mand met stukken stof, een verzameling houten blokken in verschillende vormen, een bak met kastanjes en dennenappels. Geen strak lesprogramma, maar ruimte om zelf te ontdekken, met een pedagogisch medewerker die aansluit bij wat een kind al aan het doen is.

Nieuwsgierig hoe deze pedagogische visie er in de praktijk uitziet op onze groepen? Plan een rondleiding en kom zelf kijken hoe de kinderen hier spelen en ontdekken.