Inhoud van dit artikel

Bijna elke bruid heeft een beeld in haar hoofd voordat ze gaat passen. Soms klopt dat beeld precies. Vaak ook niet. Het silhouet van een jurk, de grote vorm van schouder tot zoom, bepaalt meer hoe je je erin voelt dan het kant of de knoopjes. Daarom helpt het om de vijf hoofdvormen te kennen, en om te weten waar je gaat trouwen.

A-lijn: de vorm die bijna iedereen past

Een A-lijn sluit aan bij je bovenlichaam en loopt vanaf de taille geleidelijk wijd uit, als de letter A. De rok valt van je heupen af zonder ze te volgen. Daardoor is het een rustige, gelijkmatige vorm die bij veel lichaamsvormen goed staat. Je kunt erin lopen, zitten en dansen zonder erover na te denken. In crêpe ziet een A-lijn er strak en modern uit, met kant en mouwen klassieker.

Zeemeermin: aansluitend tot de knie

Een zeemeerminjurk volgt je lichaam tot ongeveer de knie en waaiert daaronder uit. Dat geeft een uitgesproken lijn en laat je taille en heupen zien. Het is een vorm voor wie dat prettig vindt en graag rechtop staat. Ga er tijdens het passen wel even in zitten, en probeer een paar danspasjes. Een variant die iets hoger uitwaaiert, de trompetvorm, geeft meer bewegingsvrijheid.

Baljurk: veel rok en een strak lijfje

Bij een baljurk sluit het lijfje strak aan, vaak met een korset, en volgt een volle rok van lagen tule of zijde. Het is de meest feestelijke vorm, en je taille lijkt smal door het contrast met de rok. Een baljurk neemt wel ruimte in: in een auto, op een smalle trap en tussen tafels. Op een trouwlocatie met veel ruimte en hoge plafonds komt hij het best tot zijn recht.

Recht: eenvoudig en vloeiend

Een rechte jurk, soms ook kokerjurk genoemd, valt in één lijn van schouder tot vloer. Zonder veel wijdte in de rok draait alles om de stof. Zwaar satijn of crêpe valt soepel en beweegt mee. Een rechte jurk past goed bij een stadhuis, een stijlvol diner of een bruiloft met een moderne sfeer. Wil je toch iets meer, dan geeft een losse sleep extra lengte tijdens de ceremonie, die je na het diner afdoet.

Tweedelig of met een broek

Steeds meer bruiden kiezen voor een top met een rok of een wijde broek. Dat is praktisch, want je kunt de delen apart laten vermaken en later apart dragen. Een tweedelig ensemble voelt voor veel vrouwen minder verkleed. Let bij het passen op hoe de top en de band van de rok of broek op elkaar aansluiten als je je armen optilt.

Kijk ook naar je trouwlocatie

Trouw je buiten, op een dijk of in een boomgaard, denk dan aan wind en ondergrond. Lange lagen tule waaien op, en een lange sleep sleept door het gras. Een korte sleep, of een sleep die je kunt opnemen, is dan handig. In een kerk of een grote zaal mag de sleep juist lang zijn. In een schuur met een houten vloer dans je makkelijk in elke vorm, al neemt een volle baljurk daar veel plek in.

Denk ook aan het seizoen. In maart wil je misschien mouwen of een cape, in augustus juist een lichte stof die ademt. En trouw je in de middag op het stadhuis en vier je het 's avonds in een café, dan is een jurk zonder grote rok een stuk handiger.

Pas ook wat je niet zou kiezen

Het klinkt vreemd, maar pas tijdens je afspraak minstens één jurk die je zelf nooit had uitgekozen. Een goede adviseur stelt dat voor omdat ze ziet wat jou staat. Soms is dat precies de jurk waar je verliefd op wordt. En als hij niet bevalt, weet je in elk geval zeker welke vorm wel bij je past.

Wil je weten hoe je je voorbereidt op die eerste keer passen? Lees dan wat je meeneemt naar je eerste pasafspraak. In de collectie van Sleepzoom filter je de jurken op silhouet en budget.